Loading ...

Direct informatie? 0528 23 60 30

Of mail naar planning@desteven.nl

Intelligentiekloof bij hoogbegaafde kinderen

Dit artikel hoort bij de serie: Is je kind hoogbegaafd? In die serie kijk ik stap voor stap naar signalen, vragen en misverstanden rond hoogbegaafdheid bij kinderen. Een intelligentiekloof is daarbij een van de dingen waardoor een hoogbegaafd kind soms niet als hoogbegaafd wordt gezien. 

Wat gebeurt er wanneer een kind op één onderdeel van een intelligentietest duidelijk hoogbegaafd scoort, maar op een ander onderdeel niet? Wat gebeurt er wanneer het verbale IQ wél binnen de hoogbegaafdheidsnorm valt, maar het performale IQ niet? Of andersom: wanneer een kind visueel, praktisch of ruimtelijk heel sterk is, maar verbaal minder goed uit de verf komt? Dan kan er iets heel pijnlijks gebeuren: het kind wordt niet gezien als hoogbegaafd. Niet omdat er geen hoogbegaafdheid is, maar omdat het totale beeld te gemiddeld lijkt. De sterke kant wordt als het ware naar beneden getrokken door de kwetsbare kant. Daardoor verdwijnt het bijzondere profiel achter één getal, één gemiddelde of één schooladvies.

Misschien herken je dit. Je kind praat wijs, denkt diep, stelt vragen die verder gaan dan de leeftijd en begrijpt soms dingen die andere kinderen nog lang niet zien. Maar op school loopt het vast bij rekenen, tempo, schrijven, plannen, automatiseren of praktische opdrachten. Dan zegt iemand: als je kind echt hoogbegaafd was, zou dit toch ook wel lukken?

Of het is andersom. Je kind ziet oplossingen, bouwt, puzzelt, tekent, denkt in beelden, begrijpt systemen of doorziet patronen. Maar zodra het moet uitleggen wat het bedoelt, blokkeert het. De woorden komen niet. Het kind lijkt daardoor minder slim dan het is, terwijl het in beelden of handelingen allang begrijpt wat er speelt.

Daarover gaat dit artikel. Niet over testuitslagen als doel op zich. Niet over een label om je kind bijzonder te maken. Maar over de vraag: wat gebeurt er wanneer een hoogbegaafd kind door een ongelijk intelligentieprofiel niet herkend wordt? En wat doet dat met het kind, met het schooladvies, met het zelfbeeld en met de begeleiding?

Intelligentiekloof: verbaal en performaal

Wat is een intelligentiekloof?

Een intelligentiekloof betekent dat er een duidelijk verschil is tussen onderdelen van het intelligentieprofiel. Vaak gaat het om een verschil tussen verbale intelligentie en performale intelligentie. Soms is het verschil klein en heeft het weinig gevolgen. Maar soms is de kloof zo groot dat het kind op het ene gebied uitzonderlijk sterk is en op het andere gebied zichtbaar vastloopt.

Wat bedoel ik met een ongelijk profiel?

Je kunt dan spreken over een ongelijk profiel. Daarmee bedoel ik dat de ontwikkeling van een kind niet gelijkmatig verdeeld is. Het kind functioneert niet op alle gebieden ongeveer op hetzelfde niveau. Op het ene gebied kan het ver voorlopen, terwijl het op een ander gebied juist moeite heeft, meer tijd nodig heeft of extra ondersteuning vraagt. Een ongelijk profiel kan verwarrend zijn, omdat sterke en kwetsbare kanten naast elkaar bestaan. Een kind kan dus heel taalvaardig zijn en tegelijk moeite hebben met rekenen, tempo of overzicht. Of een kind kan praktisch en visueel veel zien, maar moeite hebben om gedachten onder woorden te brengen. Juist die combinatie maakt dat de omgeving het kind gemakkelijk verkeerd inschat.

Wat is verbale intelligentie?

Verbale intelligentie heeft te maken met taal, woordenschat, taalbegrip, redeneren met woorden en het kunnen verwoorden van gedachten. Een verbaal sterk kind denkt vaak in taal. Het praat, redeneert, stelt vragen, legt verbanden en kan soms opvallend precies benoemen wat het bedoelt.

Wat is performale intelligentie?

Performale intelligentie gaat meer over wat je kind ziet en doet. Denk aan iets bouwen, een patroon herkennen, een oplossing zien, handig omgaan met materialen of begrijpen hoe iets werkt zonder dat daar meteen woorden voor nodig zijn. Toch is performaal niet één ding. Het kan gaan over ruimtelijk inzicht, praktisch handelen, patronen zien, logisch ordenen, motorische afstemming of het begrijpen van beelden, schema’s en figuren. Een kind kan op het ene performale onderdeel sterk zijn en op een ander onderdeel juist vastlopen.

Waarom snelle conclusies niet helpen

Daarom moet je voorzichtig zijn met snelle conclusies. Een kind kan moeite hebben met bouwtekeningen, plattegronden, abstracte figuren, links en rechts, routes in gebouwen of het omzetten van een platte tekening naar een beeld in de ruimte. Dat zegt iets over ruimtelijke verwerking, maar niet automatisch over alle performale mogelijkheden.

Wat zegt slecht rekenen wel en niet?

Ook rekenen vraagt om voorzichtig kijken. Slecht rekenen zegt niet automatisch hetzelfde als zwak performaal functioneren. Rekenen vraagt vaak veel tegelijk: getalbegrip, automatiseren, volgorde vasthouden, werkgeheugen, taalbegrip, tempo en soms ruimtelijk inzicht. Een kind kan dus verbaal sterk zijn en toch vastlopen op cijfers, reeksen, tafels, formules of vaste stappen.

Podcast: slim en gevoelig

In het gesprek Slim en gevoelig gaat Corney Niemeijer in gesprek met Kirsten Greaves-Lord en Jan Stevens over hoogbegaafdheid, hoogsensitiviteit, autisme, labels en hokjes. Het gesprek raakt precies aan het thema van dit artikel: wat gebeurt er wanneer iemand slim is, veel ziet, diep voelt en snel verbanden legt, maar niet goed wordt begrepen door school, werk of omgeving?

Kirsten en Jan laten zien dat labels soms kunnen helpen om taal te geven aan wat er speelt, maar dat ze ook kunnen vastzetten wanneer je alleen nog door het hokje wordt bekeken. Juist bij slimme en gevoelige kinderen en volwassenen is dat een belangrijk punt. Want wie niet goed wordt gezien, kan zichzelf gaan aanpassen, camoufleren of kleiner maken dan hij of zij is.

Dit gesprek is daarom een waardevolle verdieping bij het thema intelligentiekloof. Het laat horen hoe belangrijk het is om niet alleen naar scores, prestaties of gedrag te kijken, maar naar het hele profiel van een mens: de denkkracht, de gevoeligheid, de kwetsbaarheid, de behoefte aan passende begeleiding en het verlangen om werkelijk gezien te worden.

Wanneer verdwijnt hoogbegaafdheid achter het gemiddelde?

Bij een intelligentietest wordt vaak gekeken naar totaalscores. Dat lijkt overzichtelijk, maar bij een grote kloof kan zo’n totaalscore misleidend zijn. Stel dat een kind verbaal zeer hoog scoort, maar performaal duidelijk lager. Dan kan het totaalbeeld lager uitvallen dan je op basis van de verbale kracht zou verwachten.

Als het totaal-IQ te gemiddeld lijkt

Dan kan er worden gezegd: dit kind is niet hoogbegaafd, want het totale IQ komt niet boven de grens uit. Maar daarmee wordt een belangrijk deel van het profiel gemist. Want op het verbale gebied kan het kind wél functioneren op een hoogbegaafd niveau.

Als de sterke kant niet via taal zichtbaar wordt

Andersom kan het ook. Een kind kan visueel, praktisch, ruimtelijk of oplossingsgericht heel sterk zijn, maar verbaal niet hoog genoeg scoren om als hoogbegaafd gezien te worden. Dan wordt de hoge intelligentie minder gemakkelijk herkend, omdat het kind die niet via woorden laat zien.

Waarom het gemiddelde niet genoeg zegt

Dat is precies de verwarring. Hoogbegaafdheid wordt dan niet bekeken als een profiel, maar als een gemiddelde. En juist bij kinderen met een grote intelligentiekloof is het gemiddelde vaak niet het hele verhaal. Een kind is geen rekensom. Je kunt niet altijd zeggen: we tellen de sterke en zwakke kanten bij elkaar op en dan weten we wie dit kind is. Soms moet je juist kijken naar de spreiding. Waar zit de uitzonderlijke kracht? Waar zit de kwetsbaarheid? En wat gebeurt er wanneer die twee ver uit elkaar liggen?

Verbaal hoogbegaafd, maar performaal niet

Een kind dat verbaal hoogbegaafd is, kan opvallen door taal, vragen, redeneringen, humor, inzicht en gevoeligheid voor betekenis. Het kind kan praten als een ouder kind, soms zelfs als een volwassene. Het kan verbanden leggen, nuances aanbrengen en precies benoemen waarom iets niet klopt. Maar wanneer het performale deel lager ligt, ontstaat er vaak een groot misverstand. De omgeving denkt: als je dit allemaal kunt zeggen en begrijpen, dan kun je ook wel plannen, opruimen, rekenen, schrijven, organiseren, tempo maken of praktisch uitvoeren. En juist dat hoeft niet zo te zijn.

Een kind kan verbaal ver zijn en toch vastlopen in de dagelijkse uitvoering. Het kan precies uitleggen wat er moet gebeuren, maar niet weten waar het moet beginnen. Het kan een opdracht begrijpen, maar de stappen niet overzien. Het kan een verhaal houden over huiswerk, maar de tas vergeten. Het kan slimme vragen stellen, maar blokkeren bij een blad met sommen. Lees ook: leerproblemen bij hoogbegaafde kinderen

Dan ontstaat er snel oordeel. Het kind is lui. Het doet moeilijk. Het stelt zich aan. Het kan het wel, maar wil niet. Of: het is gewoon niet zo slim als ouders denken. Daar zit de miskenning. Het kind wordt niet begrepen in de kloof tussen taal en uitvoering. De verbale kracht wordt gebruikt als bewijs dat het kind geen hulp nodig heeft, terwijl die hulp juist nodig is op het gebied waar het vastloopt.

Verbaal sterk betekent niet dat het vanzelf goed gaat

Dit is een belangrijke nuance. Verbaal sterker zijn betekent niet dat het dan vanzelf goed gaat. Een kind kan talig rijk zijn, veel aanvoelen, verbanden leggen en scherp onder woorden brengen wat er speelt, terwijl het toch vastloopt in school, rekenen, tempo, motoriek, ordening of praktische uitvoering.

Inzicht vanbinnen, vastlopen vanbuiten

Juist daardoor kan de verwarring groter worden. Vanbinnen is er veel inzicht, maar vanbuiten lukt het niet altijd om mee te komen in wat het systeem vraagt. Een kind kan bijvoorbeeld uitstekend vertellen hoe een probleem in elkaar zit, maar moeite hebben met de concrete stappen die nodig zijn om het op te lossen. Het kan diep nadenken over rechtvaardigheid, maar zijn weektaak niet afkrijgen. Het kan volwassen praten, maar praktisch nog veel begeleiding nodig hebben. Dat is geen tegenstelling. Dat is een ongelijk profiel.

Overvragen door de sterke kant

Wanneer volwassenen dat niet begrijpen, wordt het kind overvraagd. Dan wordt gezegd: jij bent slim genoeg, dus doe het maar. Maar het kind voelt vanbinnen: ik snap veel, maar ik weet niet hoe ik dit moet aanpakken. Die kloof tussen verwachting en ervaring kan diep onzeker maken.

Praktische voorbeelden van een ongelijk profiel

Een ongelijk profiel wordt vaak pas duidelijk in de praktijk. Op papier lijkt het misschien een technisch verschil tussen scores, maar in het dagelijks leven zie je vooral verwarring. Het kind kan op het ene moment opvallend sterk overkomen en op een ander moment vastlopen op iets wat voor de omgeving eenvoudig lijkt.

Het voorbeeld van Lianne

Ik denk aan wat Lianne vertelde. Zij beschreef een kind met veel taal, gevoelsdiepte, snelle verbanden en een scherp aanvoelen van wat er in een situatie speelt. Zo’n kind kan gesprekken voeren die veel ouder klinken dan de kalenderleeftijd. Tegelijk kan hetzelfde kind vastlopen op rekenen, automatiseren, links en rechts, tempo, motorische ordening of schoolse structuur. Dan kan school vooral zien wat niet lukt, terwijl de talige en gevoelsmatige intelligentie onvoldoende wordt herkend.

Mijn toelatingstest voor applicatieprogrammeur

Of wat mijzelf ooit overkwam: ik deed een toelatingstest voor de opleiding applicatieprogrammeur. In die test werd ook gekeken naar ruimtelijk inzicht, cijferreeksen en abstracte testonderdelen. De score daarop viel tegen. Op grond daarvan werd gezegd: deze opleiding past waarschijnlijk niet bij jou. Maar later bleek in de praktijk dat ik wél kon leren programmeren, logisch kon denken, fouten kon opsporen, verbanden kon leggen en de opleiding succesvol kon afronden. Dan heeft de test wel iets gemeten, maar niet mijn hele leervermogen en ook niet mijn werkelijke geschiktheid voor die opleiding.

Het voorbeeld van Kirsten

Ik denk ook aan Kirsten, die moeite heeft met bouwtekeningen, plattegronden of routes in gebouwen. Het kan een platte tekening niet gemakkelijk omzetten naar een beeld in de ruimte. Toch kan datzelfde kind in een vertrouwde omgeving of in een landschap juist goed de weg herkennen via sfeer, herkenningspunten en context. Ook dan zie je dat ruimtelijke oriëntatie niet één eenvoudige vaardigheid is.

Wat deze voorbeelden laten zien

Juist zulke voorbeelden laten zien waarom een gemiddelde score of één zwak onderdeel te weinig zegt. Het gaat om het profiel: waar zit de kracht, waar zit de kwetsbaarheid en wat gebeurt er wanneer die twee ver uit elkaar liggen?

Wat gebeurt er als dit kind niet als hoogbegaafd wordt gezien?

Wanneer een verbaal hoogbegaafd kind door een lager performaal deel niet als hoogbegaafd wordt gezien, kan er veel misgaan. Niet altijd dramatisch zichtbaar, maar wel diep doorwerkend.

Tussen uitdaging en ondersteuning in

Het kind krijgt mogelijk geen verrijking, geen verdieping en geen erkenning van de denklaag waarop het functioneert. Tegelijk krijgt het ook niet de juiste hulp bij planning, uitvoering, automatisering, rekenen of ruimtelijke verwerking. Het valt dus tussen twee stoelen. Voor uitdaging is het zogenaamd niet hoogbegaafd genoeg. Voor ondersteuning is het zogenaamd te slim. Dat is een heel eenzame positie.

Twijfel aan zichzelf

Het kind voelt dat het anders denkt, maar krijgt daar geen taal voor. Het merkt dat sommige dingen veel te gemakkelijk zijn, terwijl andere dingen opvallend moeilijk gaan. Het krijgt misschien te horen dat het beter zijn best moet doen, terwijl het juist niet begrijpt waarom het ene vanzelf gaat en het andere niet lukt. Dan kan een kind gaan twijfelen aan zichzelf. Ben ik nou slim of niet? Waarom kan ik dit wel en dat niet? Waarom verwachten mensen zoveel van mij? Waarom geloven ze mij niet wanneer ik zeg dat iets niet lukt?

De echte miskenning

De miskenning zit dus niet alleen in het ontbreken van het woord hoogbegaafd. De miskenning zit vooral in het niet begrijpen van het profiel.

Verkeerd schooladvies door een intelligentiekloof

Een intelligentiekloof kan ook invloed hebben op het schooladvies. Wanneer school vooral kijkt naar prestaties, tempo, rekenen, schrijven, taakaanpak of toetsresultaten, kan een verbaal hoogbegaafd kind lager worden ingeschat dan passend is.

Beoordeeld op de kwetsbare kant

Dat kind kan innerlijk veel begrijpen, maar uiterlijk niet laten zien wat het kan. Zeker wanneer rekenen, automatiseren, werktempo of overzicht zwak zijn, kan het schoolbeeld lager uitvallen. Dan wordt het kind beoordeeld op de kwetsbare kant, niet op de totale ontwikkelingsmogelijkheden.

Als taal de toegangspoort wordt

Ook andersom kan het gebeuren. Een kind dat praktisch, visueel of ruimtelijk sterk is, maar verbaal minder goed scoort, kan eveneens lager worden ingeschat. Omdat school vaak talig is ingericht, moet een kind veel uitleggen, verwoorden, lezen, reflecteren en schriftelijk verwerken. Wie daar minder sterk in is, laat niet altijd zien wat hij of zij begrijpt.

De doorwerking van een verkeerd advies

Een verkeerd schooladvies is dan niet alleen een praktisch probleem. Het raakt ook het zelfbeeld. Het kind kan gaan denken: zie je wel, ik kan niet meer. Terwijl het werkelijke verhaal genuanceerder is: de manier waarop mijn intelligentie zichtbaar wordt, past niet goed bij wat school meet. Dat kan lang doorwerken. Sommige volwassenen dragen zo’n schooladvies jaren met zich mee als bewijs dat zij niet slim genoeg waren, terwijl ze vooral niet passend gezien zijn.

Performaal hoogbegaafd, maar verbaal niet

De andere kant verdient evenveel aandacht. Een kind kan performaal, visueel of praktisch uitzonderlijk sterk zijn en verbaal minder opvallend. Dan ziet het kind oplossingen, patronen, vormen, bewegingen, routes, systemen of technische mogelijkheden. Het begrijpt soms zonder woorden hoe iets werkt.

Als inzicht geen woorden krijgt

Maar wanneer het moet uitleggen hoe het dat weet, stokt het. De woorden zijn te langzaam, te beperkt of niet beschikbaar op het moment dat de omgeving erom vraagt. Dan kan het kind onderschat worden. Niet omdat er weinig inzicht is, maar omdat het inzicht niet via taal naar buiten komt.

Laten zien door te doen

Dit zie je bijvoorbeeld bij kinderen die sterk zijn in bouwen, tekenen, techniek, puzzels, sport, ruimtelijke opdrachten, praktische problemen of visueel denken. Ze laten hun intelligentie zien door te doen. Maar als school vooral vraagt om uitleg, reflectie en woorden, komt hun kracht minder goed in beeld. Zo’n kind kan denken: ik zie het wel, maar ik krijg het niet uitgelegd. De omgeving denkt: als je het niet kunt uitleggen, zul je het wel niet begrijpen. Ook dat is miskenning.

De miskenning van het niet gezien worden

Niet gezien worden als hoogbegaafd door een intelligentiekloof is meer dan een verkeerde inschatting. Het raakt de identiteit van een kind.

Verwarring bij het kind

Een kind voelt vaak eerder dan volwassenen denken dat er iets niet klopt. Het merkt dat het op sommige gebieden sneller denkt dan anderen. Het merkt ook dat het op andere gebieden achterblijft of vastloopt. Maar als niemand die combinatie begrijpt, blijft het kind alleen achter met verwarring. Dan ontstaat er innerlijke taal als: ik ben raar. Ik ben lui. Ik ben dom op sommige dingen. Ik stel me aan. Ik kan het blijkbaar niet. Of: ik moet mijn sterke kant verbergen, want anders verwachten ze te veel.

De dubbele boodschap

De pijn zit vaak in de dubbele boodschap. Aan de ene kant wordt het kind overschat: jij praat zo wijs, dus jij kunt dit wel alleen. Aan de andere kant wordt het onderschat: jij scoort niet hoog genoeg, dus jij bent niet hoogbegaafd. Daarmee raakt het kind zichzelf kwijt tussen twee verkeerde beelden. Wat het nodig heeft, is een volwassene die zegt: ik zie dat jij op sommige gebieden uitzonderlijk sterk bent én dat je op andere gebieden hulp nodig hebt. Het één sluit het ander niet uit.

Wat doet dit met het zelfbeeld?

Een intelligentiekloof kan het zelfbeeld behoorlijk beschadigen. Niet omdat de kloof zelf beschadigend hoeft te zijn, maar omdat de omgeving er vaak verkeerd op reageert.

Schuld, twijfel en verwarring

Wanneer een kind steeds hoort dat het slimmer lijkt dan het presteert, kan het zich schuldig gaan voelen. Wanneer het hoort dat het niet hoogbegaafd is omdat één deel lager scoort, kan het de eigen sterke kant wantrouwen. Wanneer het steeds wordt afgerekend op zwakke onderdelen, kan het denken dat die zwakke onderdelen bepalen wie het is.

Wat een kind over zichzelf kan gaan geloven

Een verbaal sterk kind kan gaan denken: ik praat wel mooi, maar blijkbaar kan ik niks. Een performaal sterk kind kan gaan denken: ik zie het wel, maar zolang ik het niet kan zeggen, telt het niet. Daarom is het zo belangrijk om het kind te helpen begrijpen: jouw profiel is ongelijk. Dat betekent niet dat je verkeerd bent. Het betekent dat jouw sterke kanten en kwetsbare kanten verder uit elkaar liggen dan bij veel andere kinderen. Dat inzicht kan rust geven. Het haalt schuld weg. Het geeft taal. En taal helpt een kind om zichzelf minder hard te veroordelen.

Wat zegt een test wel en niet?

Een intelligentietest kan waardevolle informatie geven. Zeker wanneer er goed gekeken wordt naar de verschillen tussen onderdelen. Maar een test kan ook verkeerd worden gebruikt wanneer alleen naar het totaalgetal wordt gekeken.

Wat een lage score kan laten zien

Een lage score op ruimtelijk inzicht, cijferreeksen, tempo of praktische opdrachten kan belangrijke informatie geven. Het laat zien waar een kind mogelijk ondersteuning nodig heeft. Maar zo’n score voorspelt niet automatisch wat een kind in opleiding, werk of praktijk wel of niet kan.

Wat een test kan missen

Soms blijkt pas in de praktijk dat een kind via andere sterke kanten veel verder komt dan de test vooraf liet vermoeden. Denk aan taalgevoel, logisch denken, motivatie, foutzoeken, verbanden leggen, doorzetten, creativiteit of interesse.

De betere vraag

Daarom is de vraag niet alleen: wat is het IQ? De betere vraag is: wat laat dit profiel zien? Waar zit de uitzonderlijke kracht? Waar zit de kwetsbaarheid? Wat heeft dit kind nodig om tot zijn recht te komen? Wanneer een test gebruikt wordt om een kind af te sluiten van mogelijkheden, kan dat schadelijk zijn. Wanneer een test gebruikt wordt om het kind beter te begrijpen, kan het helpend zijn.

Wat vraagt dit van school?

Bij hoogbegaafdheid speelt school hierin een grote rol. Juist op school wordt vaak zichtbaar waar de kloof schuurt. De ene taak lukt gemakkelijk, de andere taak loopt vast. De ene leerkracht ziet een slim kind, de andere ziet vooral slordigheid, traagheid, blokkade of terugtrekgedrag. Daarom is het belangrijk dat school niet alleen kijkt naar prestaties, maar naar het profiel achter de prestaties.

Bij verbaal hoogbegaafd en performaal kwetsbaar

Bij een verbaal hoogbegaafd kind met performale kwetsbaarheid kan school letten op vragen als: krijgt dit kind genoeg denkuitdaging? Wordt het niet te veel beoordeeld op tempo, automatisering of praktische uitvoering? Heeft het hulp nodig bij starten, plannen, structureren of overzicht houden?

Bij performaal sterk en verbaal kwetsbaar

Bij een performaal sterk kind met verbale kwetsbaarheid kan school vragen: krijgt dit kind genoeg ruimte om te laten zien wat het begrijpt via doen, tekenen, bouwen, aanwijzen of voordoen? Wordt het niet te laag ingeschat omdat het minder gemakkelijk praat of schrijft?

Een kind heeft geen voorkeursbehandeling nodig. Het heeft passende begeleiding nodig. En passende begeleiding begint met goed kijken.

Wat kun je als ouder doen?

Als ouder kun je helpen door de kloof zichtbaar te maken zonder er een probleemidentiteit van te maken. Je hoeft niet te zeggen: mijn kind is hoogbegaafd dus alles moet anders. Je kunt beter zeggen: mijn kind heeft een ongelijk profiel. Op dit gebied zie je veel kracht. Op dat gebied zie je kwetsbaarheid. Beide zijn waar.

Beschrijf concreet wat je ziet

Beschrijf concreet wat je ziet. Niet alleen: mijn kind is slim. Maar bijvoorbeeld: mijn kind begrijpt gesprekken op een hoog niveau, maar loopt vast zodra een taak uit meerdere stappen bestaat. Of: mijn kind ziet praktische oplossingen snel, maar kan moeilijk uitleggen hoe het tot die oplossing komt.

Vraag om beide kanten te zien

Vraag school om niet alleen naar de zwakke kant te kijken. Vraag ook om de sterke kant serieus te nemen. En andersom: vraag om ondersteuning waar het kind vastloopt, ook wanneer het op andere gebieden opvallend sterk is.

Geef taal aan het verschil

Je helpt je kind ook door woorden te geven aan het verschil. Bijvoorbeeld: jij kunt heel diep denken met woorden, maar plannen gaat nog niet vanzelf. Of: jij ziet snel hoe iets werkt, maar woorden vinden kost jou meer tijd.

Dat maakt het kind niet kleiner. Het maakt het kind begrijpelijker.

Wat kun je beter vermijden?

Vermijd snelle conclusies. Zeg niet te snel: als je echt hoogbegaafd was, kon je dit ook. Zeg ook niet: je bent hoogbegaafd, dus dit moet je kunnen. Beide uitspraken doen geen recht aan een ongelijk profiel. Vermijd ook dat de zwakke kant alles gaat bepalen. Een kind dat moeite heeft met rekenen, ruimtelijk inzicht of tempo is meer dan die moeite. Maar vermijd net zo goed dat de sterke kant alles moet oplossen. Een kind dat verbaal sterk is, kan nog steeds hulp nodig hebben bij uitvoering. Wat meestal niet helpt:

  • Alles verklaren vanuit luiheid.
  • Alleen kijken naar het totaal-IQ.
  • Het kind beoordelen op één zwak testonderdeel.
  • De sterke kant weg relativeren omdat er ook kwetsbaarheid is.
  • De kwetsbare kant negeren omdat het kind zo slim overkomt.

Het gaat steeds om én-én. Dit kind heeft kracht én kwetsbaarheid. Dit kind kan hoog denken én vastlopen. Dit kind kan ondersteuning nodig hebben én uitdaging.

Gevolgen bij assessments, testen en functiekeuzes

Als loopbaancoach zie ik dat een intelligentiekloof niet alleen op school gevolgen kan hebben, maar ook later bij assessments, testen en het zoeken naar een passende functie. Ook volwassenen kunnen door een ongelijk profiel verkeerd worden ingeschat. Dan scoort iemand bijvoorbeeld lager op ruimtelijk inzicht, cijferreeksen, snelheid, abstracte figuren of bepaalde praktijktaken, terwijl er tegelijk veel denkvermogen, taalgevoel, analysevermogen, creativiteit of mensenkennis aanwezig is.

Wat een assessment kan doen

Bij een assessment kan dat verwarrend uitpakken. De test laat dan een kwetsbaar onderdeel zien, maar dat onderdeel wordt soms te zwaar gemaakt in de conclusie. Iemand kan daardoor het advies krijgen dat een opleiding, functie of loopbaanrichting minder passend is, terwijl de praktijk iets anders kan laten zien. Een test meet dan wel iets echts, maar niet alles wat nodig is om succesvol te functioneren.

Het voorbeeld van Paula

Ik denk aan Paula. Bij haar speelde iets vergelijkbaars. In haar verhaal zie ik dat ze op school en in testen niet altijd werd gezien in wat er werkelijk in haar zat. Een test kan dan bijvoorbeeld lager uitvallen op onderdelen als ruimtelijk inzicht, figuren of abstracte testopgaven, terwijl iemand in de praktijk juist sterk blijkt in overstijgend denken, verbanden leggen, problemen oplossen, mensen aanvoelen en leren op een eigen manier.

Dat maakt zo’n voorbeeld belangrijk. Een test kan een kwetsbaar onderdeel zichtbaar maken, maar wanneer dat onderdeel te zwaar wordt gemaakt in de conclusie, kan iemand verkeerd worden ingeschat. Dan lijkt het alsof iemand iets niet kan, terwijl de praktijk laat zien dat er wel degelijk ontwikkelkracht, inzicht en leervermogen aanwezig zijn.

Bij Paula zie je ook wat dit met het zelfbeeld kan doen. Wanneer je telkens beoordeeld wordt op wat niet vanzelf gaat, kun je gaan twijfelen aan je eigen kunnen. Zeker wanneer diploma’s, schoolniveau of testscores steeds als maatstaf worden gebruikt. Terwijl anderen soms juist zien dat je snel ontwikkelt, overstijgend denkt en meer in huis hebt dan uit papier of score blijkt.

De kern is: Paula werd niet alleen getest op wat zij kon, maar ook vastgezet op wat zij minder goed kon. En precies daar kan de miskenning ontstaan. Niet omdat een test niets zegt, maar omdat een test niet alles zegt.

Kijk verder dan de testscore

Daarom vind ik het belangrijk om bij loopbaanvragen niet alleen naar testscores te kijken. Ik wil weten hoe iemand denkt, leert, werkt, problemen oplost en energie krijgt. Waar loopt iemand op leeg? Waar gaat iemand van aan? Welke taken vragen te veel van de kwetsbare kant? En in welke omgeving komt de sterke kant juist tot zijn recht?

Wat dit betekent voor passende functies

Een verbaal sterk persoon kan bijvoorbeeld goed zijn in adviseren, schrijven, analyseren, coachen, communiceren of betekenis geven, maar vastlopen in functies met veel cijfermatige snelheid, strakke procedures, ruimtelijke verwerking of uitvoerende details. Een performaal of praktisch sterk persoon kan juist goed zijn in ontwerpen, bouwen, verbeteren, techniek, processen doorzien of praktische oplossingen vinden, maar vastlopen wanneer alles via rapportages, vergaderen, abstracte taal of schriftelijke verantwoording moet lopen.

De vraag is dus niet alleen: wat zegt de test? De betere vraag is: wat zegt de test over dit onderdeel, en hoe verhoudt dat zich tot de werkelijke functie, de werkomgeving en de sterke kanten van deze persoon? Pas dan kun je eerlijker kijken naar passende functies, opleidingen en loopbaanrichting.

Gevolgen intelligentiekloof bij volwassenen

De kern: het kind moet in de breedte gezien worden

Bij een intelligentiekloof gaat het uiteindelijk niet om verbaal tegenover performaal. Het gaat om de vraag of het kind in de breedte gezien wordt.

Waarom het kind buiten beeld raakt

Een hoogbegaafd kind met een kloof kan gemakkelijk buiten beeld raken. Niet omdat de signalen ontbreken, maar omdat ze elkaar lijken tegen te spreken. Het kind scoort hoog én laag. Het praat wijs én loopt vast. Het ziet veel én krijgt weinig voor elkaar. Het begrijpt diep én presteert wisselend. Als je alleen naar één kant kijkt, trek je een verkeerde conclusie.

Kijk niet naar één kant

Kijk je alleen naar de sterke kant, dan overschat je het kind. Kijk je alleen naar de kwetsbare kant, dan onderschat je het kind. Kijk je alleen naar het gemiddelde, dan mis je het profiel. Daarom is de belangrijkste vraag niet: past dit kind precies in het vakje hoogbegaafd? De belangrijkste vraag is: wat laat dit ongelijke profiel zien, en wat heeft dit kind nodig om niet vast te lopen én niet ondervoed te raken?

Leer meer over hoogbegaafdheid bij kinderen (gratis webinar)

Wil je meer informatie? Volg dan onze webinar die wij verzorgen voor ouders van hoogbegaafde kinderen.

Webinar bekijken?

Doe de HB-test!

Wil je meer inzicht in kenmerken van hoogbegaafdheid en hoe dit zichtbaar is in jouw leven? Doe dan online onze test. Aan te schaffen via de webshop!

Meer informatie

Hoogbegaafd: gave of probleemgeval

Bestel het e-book (pdf) met als titel: hoogbegaafd, gave of probleemgeval. Over anders denken, voelen en vastlopen als hoogbegaafd persoon. 

Meer informatie

Veelgestelde vragen – FAQ

Hieronder beantwoord ik enkele veelgestelde vragen over intelligentiekloof, verbaal en performaal IQ en hoogbegaafdheid.

Kan een kind hoogbegaafd zijn als het totale IQ niet hoog genoeg is?

Dat kan een ingewikkelde vraag zijn. Wanneer er een grote kloof zit tussen onderdelen van het IQ-profiel, kan het totaal-IQ minder zeggen dan normaal. Een kind kan op één onderdeel duidelijk hoogbegaafd functioneren, terwijl een ander onderdeel de totaalscore naar beneden trekt. Daarom moet je altijd naar het hele profiel kijken en niet alleen naar één totaalcijfer.

Wat als het verbale IQ hoogbegaafd is en het performale IQ niet?

Dan kan een kind verbaal zeer sterk zijn, maar toch vastlopen in praktische uitvoering, ruimtelijke verwerking, tempo, rekenen, automatiseren of overzicht. Het risico is dat het kind niet als hoogbegaafd wordt gezien, terwijl het verbaal wel op dat niveau functioneert.

Wat als het performale IQ hoog is en het verbale IQ lager?

Dan kan een kind veel begrijpen via beelden, patronen, handelingen of ruimtelijke oplossingen, maar moeite hebben om dit onder woorden te brengen. Het risico is dat het kind wordt onderschat omdat school en omgeving vaak veel via taal beoordelen.

Kan een intelligentiekloof leiden tot een verkeerd schooladvies?

Ja, dat kan. Wanneer vooral gekeken wordt naar zwakke onderdelen, zoals rekenen, tempo, schrijven of verwoorden, kan het advies lager uitvallen dan passend is bij de sterke kanten van het kind. Daarom is het belangrijk om niet alleen naar prestaties te kijken, maar ook naar het onderliggende profiel.

Wat is de grootste miskenning bij een intelligentiekloof?

De grootste miskenning is dat het kind niet in zijn geheel wordt gezien. De sterke kant wordt niet serieus genomen omdat er ook kwetsbaarheid is. Of de kwetsbare kant wordt niet serieus genomen omdat het kind op een ander gebied zo sterk is. Beide doen het kind tekort.

Coaching en training voor hoogbegaafde volwassenen

Merk je dat je jezelf herkent in jouw kind?

Veel volwassenen ontdekken via hun zoon of dochter waarom ze zich vroeger anders voelden, vastliepen op school, moeite hadden met aansluiting of voortdurend moesten aanpassen.

De zoektocht naar hoogbegaafdheid bij een kind brengt daardoor soms ook persoonlijke vragen naar boven over hoogbegaafdheid, gevoeligheid en identiteit.

Bekijk onze trainingen en coaching voor hoogbegaafde volwassenen.

Coaching HB-ers

Online training hoogbegaafdheid

Hoogbegaafd online training

In de online training Hoogbegaafdheid ontdekken en verkennen kun je je verder verdiepen in dit thema. De training gaat dieper in op de praktijk van hoogbegaafdheid en helpt je om jezelf beter te begrijpen. Je krijgt meer inzicht in kenmerken, gevoeligheden, denkprocessen en de invloed daarvan op jouw leven, werk en relaties. Daarnaast helpt de training je om antwoorden te vinden op vragen waar je misschien al langere tijd mee rondloopt. 

Bestel de training!

Auteur

Dit artikel is geschreven door Jan Stevens. Jan Stevens is eigenaar en oprichter van De Steven training & coaching (www.desteven.nl). Op deze website tref je meer dan 2000 blogs over persoonlijke ontwikkeling, loopbaan, leiderschap, teamontwikkeling, hoogsensitiviteit en hoogbegaafdheid. 

Jan Stevens

Publicatiedatum: 30-10-2020

Update: 25 mei 2026. 


Verder verdiepen bij De Steven

Soms lees je een artikel omdat je iets herkent. Je loopt ergens tegenaan in jezelf, in je werk, in je communicatie of in de manier waarop je met anderen omgaat. Dan kan het helpen om verder te lezen, te luisteren of gericht met een thema aan de slag te gaan.

Jezelf kwijtraken en jezelf hervinden

Ben je de verbinding met jezelf kwijtgeraakt door burn-out, depressie, verlies, overbelasting of een andere ingrijpende ervaring? In het e-book Jezelf kwijtraken en jezelf hervinden vind je herkenning, woorden en richting. Meer dan 6000 mensen gingen je voor.

Bekijk onze e-books!

Ontvang onze nieuwsbrief

Wil je op de hoogte blijven van nieuwe artikelen, podcasts, webinars, e-books en online trainingen? Schrijf je dan in voor onze nieuwsbrief. We sturen je inspiratie, herkenning en praktische verdieping rond persoonlijke ontwikkeling, leiderschap, communicatie, loopbaan en herstel.

Inschrijven voor de nieuwsbrief

Ontdek jouw volgende stap

Wil je onderzoeken wat bij jou speelt? Doe een gratis test, bekijk onze online trainingen of lees verder over thema’s als grenzen, assertiviteit, hoogsensitiviteit, loopbaanontwikkeling, communicatie en leiderschap.

Bekijk testen, trainingen en verdieping

Luister naar onze podcasts

In de podcasts van De Steven gaan we in gesprek over persoonlijke ontwikkeling, hoogsensitiviteit, hoogbegaafdheid, leiderschap, coping, familiepatronen, verlies en herstel. Geen glad verhaal, maar gesprekken over wat mensen werkelijk meemaken. Abonneer je op ons Spotify-kanaal!

Contact met De Steven

Contact

Onze nieuwsbrief

Ben jij leer- en nieuwsgierig? Meld je dan aan voor onze nieuwsbrief!
Met jouw aanmelding ga je akkoord met onze privacyverklaring en het ontvangen van onze nieuwsbrief. Je kunt je natuurlijk op elk moment weer afmelden.

Telefonisch contact? Heb je vragen? Bel ons op 0528 23 60 30 en vraag naar Monique van Nuil.