Aanpassingsvermogen als kernkwaliteit en competentie
Aanpassingsvermogen is de mate waarin je soepel en flexibel kunt reageren op gewijzigde situaties, veranderde omstandigheden of veranderingen in werk of privésituatie. De vraag is of dit een competentie is of een van jouw persoonlijke kernkwaliteiten. Wat mij betreft zit daar nogal verschil in.
Wat is aanpassingsvermogen?
Aanpassingsvermogen wordt vaak een competentie genoemd. Op zich vind ik dat prima, maar ik ben ervan overtuigd dat aanpassingsvermogen te maken heeft met eigenschappen waarover je beschikt. De kracht van aanpassen zit in flexibiliteit en het vermogen om te improviseren. Is aanpassingsvermogen een eigenschap die je van nature op het lijf is geschreven en behoort deze bij jouw kwaliteiten?
Aanpassen betekent ook dat jij je kunt schikken bij wijzigingen, aanpassingen en veranderingen. En dat je soms even je eigen zienswijze of belang opzij moet zetten om je te conformeren aan de veranderde omstandigheid. Wanneer je van innovatie, vernieuwing, verandering of pionieren houdt, is dat doorgaans niet zo moeilijk. Maar wanneer je behoudend bent ingesteld en meer bent afgestemd op stabiliteit, structuur, controle of zekerheid, is het moeilijker.

Twee manieren van aanpassen
Ik maak een tweedeling van aanpassingsvermogen en onderscheid twee gradaties:
- Je past je gemakkelijk aan bij gewijzigde omstandigheden.
- Je past de omstandigheden gemakkelijk aan.
De omstandigheden kunnen aanpassen
Een vorm van aanpassingsvermogen is het vermogen om de situatie aan te passen. Je bent dan in staat om de omstandigheden naar je hand te zetten. Wanneer je de situatie weet aan te passen:
- Heb je oog voor noodzakelijke veranderingen.
- Stel je werkwijzen voor ter verbetering.
- Weet je onderscheid te maken tussen wat belangrijk is en wat minder belangrijk is.
- Doe je suggesties of een voorstel en denk je mee bij verbeterprocessen.
- Ben je proactief ingesteld.
- Laat je je niet leiden door negatieve reacties of door weerstand van anderen.

Jezelf aanpassen aan gewijzigde omstandigheden
Pas jij je snel aan bij gewijzigde omstandigheden? Dan heb je een open mindset en zie je nieuwe ideeën niet meteen als bedreiging, maar eerder als mogelijkheid of kans. Wie zich makkelijk aanpast:
- Reageert soepel wanneer er onverwachte of ongewenste omstandigheden zijn.
- Schiet niet meteen in de weerstand bij veranderingen.
- Kan zich inleven in anderen en begrijpen waarom wijziging of verandering soms noodzakelijk is.
- Heeft er slag van om met mensen om te gaan op diverse niveaus en zoekt direct aansluiting qua taalgebruik en omgangsvormen.
- Weet het hoofd koel te houden bij veranderingen of onverwachte situaties.
- Vindt improviseren en inspelen op nieuwe situaties wel leuk.
- Past zich snel aan bij nieuwe taken of werkwijzen.
- Is niet voor één gat te vangen: als het niet linksom kan, dan maar rechtsom.
- Weet zich snel nieuwe methoden aan te wennen of eigen te maken.
- Went snel in een nieuwe omgeving en zoekt meteen aansluiting.
- Gedraagt zich naar de omstandigheden.
- Is flexibel en kan zich gemakkelijk schikken.
Aanpassingsvermogen is niet hetzelfde als meegaand zijn
Je gemakkelijk kunnen aanpassen betekent niet automatisch dat je met alles en iedereen meegaat. Juist wanneer aanpassingsvermogen een kwaliteit is, kun je bewust kiezen wanneer je meebeweegt en wanneer niet. Je kunt rekening houden met gewijzigde omstandigheden zonder jouw eigen mening, belang of behoefte zomaar opzij te zetten. Meegaand worden is iets anders. Dan laat je je gemakkelijker leiden door wat anderen willen en wordt jouw eigen inbreng steeds kleiner.
Aanpassingsvermogen voor leidinggevenden
In leidinggevende functies is de competentie aanpassingsvermogen belangrijk. Jouw organisatie groeit immers mee met de markt en je moet voorzien in de klantbehoefte. Belangrijk is dat je zelf deze ontwikkeling ziet aankomen, anticipeert op ontwikkelingen en veranderingen en met vernieuwende ideeën komt. Bovendien is het van belang dat je de verandering kunt implementeren en de consequenties vooraf goed overziet, ook op de lange termijn. Een ander punt is dat je aanpassingen en veranderingen op de werkvloer goed begeleidt. Hoe zorg je dat je commitment krijgt wanneer er aanpassingen moeten worden doorgevoerd? Hoe ga je om met weerstand?
Wanneer vraagt een situatie om aanpassen en wanneer om tegengas?
Daar zit een belangrijk spanningsveld. Soms is het verstandig om je aan een nieuwe situatie aan te passen. De omstandigheden zijn veranderd en vasthouden aan wat niet meer werkt, helpt je niet verder. Maar aanpassen is niet altijd het juiste antwoord. Soms vraagt een situatie er juist om dat je jouw mening geeft, jouw grens aangeeft of tegengas geeft. Aanpassingsvermogen betekent voor mij daarom niet dat je jezelf voortdurend moet voegen. Het gaat erom dat je kunt beoordelen wat de situatie vraagt zonder jouw eigen positie kwijt te raken.
Aanpassingsvermogen vraagt ook om eigen regie
Aanpassingsvermogen wordt sterker wanneer je bewust kiest hoe je met verandering omgaat. Soms beweeg je mee en soms probeer je juist de omstandigheden te veranderen. In beide gevallen houd je zelf de regie. Je laat je niet automatisch leiden door de wensen van anderen en je hoeft jezelf niet voortdurend passend te maken. Aanpassen is een kracht zolang jij nog kunt voelen en bepalen waar jouw eigen wensen, behoeften en grenzen liggen.
Wanneer aanpassingsvermogen doorschiet
De valkuil van aanpassingsvermogen verdeel ik als volgt. Je kunt uit liefde of toewijding doorslaan en te weinig jouw grens aangeven. Misschien ben je soms te flexibel en raak je de structuur kwijt. Soms waai je te snel met tal van winden mee en ben je te meegaand of heb je te weinig inbreng. Je kunt je zelfs zo aanpassen dat je jezelf geheel kwijtraakt, chaos creëert of vooral gedrag laat zien waarvan je denkt dat anderen het van je verwachten.
Sociaal wenselijk gedrag
Pas je je vaak aan omdat je graag wilt voldoen aan wat anderen van je verwachten? Dan kan sociaal wenselijk gedrag een valkuil worden.
Onderdanig gedrag
Maak je jouw eigen wensen en belangen steeds kleiner en stel je het belang van de ander voortdurend voorop? Lees dan wat er gebeurt wanneer aanpassen omslaat in onderdanig gedrag.
Jezelf in alle bochten wringen
Soms pas je je zo sterk aan dat je steeds verder van jezelf verwijderd raakt. Dan kun je letterlijk en figuurlijk bezig zijn met jezelf in alle bochten wringen om het passend te maken voor anderen.
Een vraagstuk van heel andere orde is dat je je wel aanpast, maar eigenlijk tegen je zin. Je doet iets wat je niet wilt. Je laat iemand dan ver over jouw eigen grens gaan. Je zegt ja, maar je bedoelde nee. Dat kan gebeuren wanneer je te weinig tegengas geeft, te aardig of te lief bent, dingen klakkeloos aanneemt en opvolgt of je voortdurend voegt naar de wensen van anderen.
Je aanpassen zonder jezelf kwijt te raken
Een leerdoel is om duidelijk te zijn en te blijven over jouw eigen wensen en behoeften en om de grens tussen flexibel en te flexibel goed te verkennen. Een leerdoel is dus: grenzen kennen en onderkennen. Aanpassen is een kracht, te veel aanpassen is het verliezen van eigen kracht. En mocht je te veel dingen tegen je zin doen, dan heb je nog een ander leerdoel. Dat is gaan en staan voor jouw eigen mening en zienswijze, ruggengraat tonen en wellicht jouw angst overwinnen om tegengas te geven.
Waar erger je je aan als aanpassingsvermogen bij je past?
Wat zit dan in jouw allergie of irritatiezone? Wanneer aanpassingsvermogen sterk bij jou past, kun je je ergeren aan mensen die inflexibel, star of rigide reageren. Zeker wanneer omstandigheden duidelijk veranderen en iemand toch blijft vasthouden aan dezelfde manier van denken of werken, kan dat bij jou irritatie oproepen.
Wanneer aanpassingsvermogen juist jouw leerdoel is
Aanpassingsvermogen kan ook jouw leerdoel of uitdaging zijn. Wanneer is dat het geval? Bijvoorbeeld wanneer:
- Je star of rigide reageert bij veranderingen.
- Je snel in de weerstand schiet bij gewijzigde omstandigheden.
- Je niet openstaat voor verandering.
- Je snel in paniek raakt wanneer je het niet overziet.
- Je onzeker wordt in situaties waarbij je niet weet hoe het afloopt.
- Je te weinig flexibel bent.
- Je bekrompen, te behoudend of kortzichtig reageert.
Welke ontwikkeldoelen passen bij aanpassingsvermogen?
Het gaat niet om minder flexibel worden. Het gaat erom dat je jouw aanpassingsvermogen gebruikt zonder jouw eigen positie kwijt te raken. Deze ontwikkeldoelen kunnen daarbij passen:
- Jouw eigen wensen en behoeften blijven herkennen en uitspreken.
- Grenzen leren aangeven wanneer aanpassen ten koste van jezelf gaat.
- Tegengas durven geven wanneer een situatie daarom vraagt.
Eigenschappenanalyse: rapport en webinar
Wil je beter zicht krijgen op jouw kwaliteiten, persoonskenmerken en valkuilen? Met de eigenschappenanalyse krijg je een rapport. Daarnaast kun je een webinar van één uur bekijken waarin de analyse en het rapport worden uitgelegd.
E-books over talenten, kwaliteiten en valkuilen
Wil je verder de diepte in? In mijn e-books Talenten en kwaliteiten: jouw houvast en zekerheid, De Kwaliteitenbibliotheek en De Valkuilenbibliotheek krijg je woorden voor wat jou van nature typeert, waar jouw kracht ligt en wat er gebeurt wanneer een kwaliteit doorschiet.
Vragen over aanpassingsvermogen
Naast de kwaliteit, de valkuilen en de leerdoelen zijn er nog andere vragen die bij aanpassingsvermogen kunnen spelen. Hieronder beantwoord ik vijf aanvullende vragen.
Kun je aanpassingsvermogen hebben en toch behoefte aan structuur?
Ja. Behoefte aan structuur betekent niet automatisch dat je je moeilijk kunt aanpassen. Je kunt graag weten waar je aan toe bent en tegelijkertijd prima kunnen schakelen wanneer omstandigheden veranderen. De mate waarin dat lukt, kan per situatie verschillen.
Kan aanpassingsvermogen per omgeving verschillen?
Dat kan. Misschien pas je je op jouw werk gemakkelijk aan, terwijl veranderingen thuis je meer moeite kosten. Ervaring, veiligheid, vertrouwdheid en het belang dat een situatie voor jou heeft, kunnen allemaal invloed hebben op de manier waarop je reageert.
Kun je te snel wennen aan een ongewenste situatie?
Ja. Dat je ergens aan kunt wennen, betekent niet automatisch dat die situatie goed voor je is. Soms is aanpassen praktisch en soms is het juist belangrijk om stil te staan bij de vraag of je een situatie eigenlijk wel wilt accepteren.
Kan een organisatie te veel aanpassingsvermogen van medewerkers vragen?
Dat kan. Wanneer veranderingen elkaar voortdurend opvolgen en medewerkers zich steeds opnieuw moeten voegen zonder voldoende duidelijkheid of invloed, kan aanpassen zwaar worden. Aanpassingsvermogen is een kwaliteit, maar het ontslaat een organisatie niet van de verantwoordelijkheid om veranderingen zorgvuldig te begeleiden.
Waarom past de ene verandering makkelijker dan de andere?
Niet iedere verandering raakt hetzelfde. Een kleine wijziging in een werkwijze kan gemakkelijk zijn, terwijl een verandering die raakt aan zekerheid, positie, waarden of vertrouwde routines veel meer van je vraagt. Aanpassingsvermogen betekent daarom niet dat iedere verandering vanzelf soepel verloopt.
Flexibel blijven met behoud van eigen kracht
Aanpassingsvermogen helpt je om mee te bewegen met omstandigheden die veranderen. Dat is iets anders dan jezelf voortdurend aanpassen aan alles wat anderen van je vragen. De kracht zit juist in het onderscheid: wanneer is meebewegen verstandig en wanneer moet je jouw eigen koers, grens of mening vasthouden? Wie dat onderscheid leert maken, kan flexibel zijn zonder zichzelf kwijt te raken. Dan blijft aanpassen een kracht in plaats van een manier om jouw eigen kracht steeds kleiner te maken.
Auteur en publicatiegegevens
Dit artikel is geschreven door Jan Stevens. Jan Stevens is eigenaar en oprichter van De Steven training & coaching (www.desteven.nl). Op deze website tref je meer dan 2000 blogs over persoonlijke ontwikkeling, loopbaan, leiderschap, teamontwikkeling, hoogsensitiviteit en hoogbegaafdheid.

Publicatiedatum: 05-08-2016
Update: 8 augustus 2026.


