Altijd willen winnen
Sommige mensen willen altijd winnen. Niet alleen in de sport tijdens een wedstrijd, maar bijvoorbeeld ook tijdens een discussie, op het werk of wanneer prestaties met elkaar worden vergeleken. Je wilt vooraan staan, de meeste omzet halen, het hoogste cijfer krijgen of laten zien dat jij het beter kunt. Altijd willen winnen is daarmee een uitgesproken vorm van competitief ingesteld zijn. Daar kan veel kracht, ambitie en gedrevenheid achter zitten, maar het kan ook doorslaan wanneer winnen noodzakelijk wordt en verliezen voelt alsof jijzelf tekortschiet.
Herken je dat je altijd wilt winnen?
Heb jij dat ook? Altijd willen winnen? Altijd de eerste willen zijn of altijd de betere moeten zijn? Misschien merk je dat je heel veel van jezelf vraagt en de lat voortdurend hoog legt. Verliezen voelt dan niet alleen vervelend, maar kan bijna voelen alsof jij zelf tekortschiet. Het resultaat krijgt daardoor meer betekenis dan alleen winnen of verliezen.
Op zichzelf is er natuurlijk niets mis met graag willen winnen. Wie meedoet aan een wedstrijd mag best voor de winst gaan. Wie een doel heeft, mag daar stevig voor werken. De vraag is vooral wat er gebeurt wanneer winnen geen wens meer is, maar een noodzaak wordt.

Waarom wil je altijd winnen?
Vooropgesteld: er zit een kwaliteit achter. Een kernkwaliteit zelfs. Misschien ben je sterk gedreven, ambitieus of competitief ingesteld. Dat zijn op zichzelf prima kwaliteiten. De valkuil ontstaat wanneer je daarin doorslaat en winnen zo belangrijk wordt dat verliezen eigenlijk niet meer mag.
- Je bent gedreven.
- Je bent ambitieus.
- Je bent competitief.
Een andere oorzaak kan liggen in een sterke behoefte aan waardering, erkenning en respect. Je haalt jouw waardering dan bijvoorbeeld uit aanzien, prestaties of status. Er zit iets in van: kijk mij eens. Je hebt steeds opnieuw de knipoog van de ander nodig om jouw gevoel van eigenwaarde in stand te houden. Dan krijgt winnen iets van bewijsdrang.
Wanneer wordt willen winnen bewijsdrang?
Bewijsdrang betekent voor mij dat de prestatie iets over jouw waarde moet bewijzen. Je wilt niet alleen goed presteren, maar je hebt de prestatie nodig om jezelf goed genoeg te voelen. Daardoor is één overwinning meestal ook niet voldoende. Na het ene resultaat volgt het volgende doel en na de ene bevestiging heb je opnieuw bevestiging nodig.
Dat zie je bijvoorbeeld wanneer aanzien en status een steeds grotere rol gaan spelen. In een loopbaan kan dat zichtbaar worden in de behoefte om steeds hogerop te komen, meer te verdienen of een bepaalde positie te bereiken omdat die positie bevestigt dat je ertoe doet. Dan is het interessant om te onderzoeken welke rol prestige, aanzien en status voor jou spelen.
Maar grenzen verleggen is toch goed?
Grenzen verleggen is prima. Gedrevenheid is een mooie kwaliteit, evenals resultaatgerichtheid of sterk prestatiegericht zijn. Jezelf uitdagen kan plezier, energie en voldoening geven. Het gaat er alleen om wat de drijfveer is. Haal je waardering ook uit jezelf of alleen uit de prestaties die je neerzet?
Een te grote bewijsdrang is niet gezond. Je vraagt dan oneigenlijke dingen van jezelf en jouw grenzen schuiven steeds verder op. Wat gisteren goed genoeg was, moet morgen beter. Het risico is dat je nauwelijks nog tevreden kunt zijn met wat je hebt bereikt, omdat er altijd opnieuw iets gewonnen, bewezen of verbeterd moet worden.
Waarom is verliezen dan zo moeilijk?
De keerzijde van altijd willen winnen is vaak slecht tegen verlies kunnen. Tegenslagen incasseren wordt moeilijker wanneer winst voor jou het bewijs is dat je goed genoeg bent. Verlies raakt dan niet alleen aan het resultaat, maar ook aan jouw eigenwaarde. Wie altijd wil winnen om zichzelf te bewijzen, kan zich daardoor snel afgewezen, mislukt of tekortgedaan voelen wanneer iets niet lukt.
Daar zit een belangrijk verschil. Je kunt teleurgesteld zijn omdat je verliest en daarna weer doorgaan. Maar je kunt verlies ook persoonlijk maken: ik heb verloren, dus ik ben niet goed genoeg. In dat laatste geval krijgt een wedstrijd, resultaat of beoordeling een lading die veel groter is dan nodig.
Wat doet altijd willen winnen met andere mensen?
Altijd willen winnen kan bij andere mensen iets oproepen van: hij of zij is onuitstaanbaar. Zeker wanneer je voortdurend wilt laten zien dat je beter bent, anderen moet overtreffen of iedere situatie tot een wedstrijd maakt. Mensen kunnen dan het gevoel krijgen dat er naast jou weinig ruimte voor hen overblijft. Uiteindelijk kunnen ze je zelfs gaan vermijden.
Dat betekent niet dat je jouw ambitie moet inleveren. Het gaat om de vraag of je ook ruimte kunt laten voor een ander. Kun je blij zijn wanneer iemand anders iets beter doet? Kun je iemand anders iets gunnen? En kun je waardering uitspreken zonder onmiddellijk te hoeven laten zien wat jij zelf allemaal kunt?
Waarom worden discussies soms een woordenstrijd?
Ook in discussies willen sommige mensen altijd winnen. Als het kan, willen ze altijd gelijk hebben, de ander overtuigen van hun gelijk of, wat ze nog liever doen, de ander overtuigen van zijn ongelijk. Het gesprek verandert dan ongemerkt in een wedstrijd. Niet de inhoud staat nog centraal, maar de vraag wie er wint.
Dat kan behoorlijk vermoeiend zijn voor de ander. Een gesprek hoeft immers niet altijd een winnaar en een verliezer op te leveren. Soms kun je verschillen van inzicht zonder dat één van beiden moet capituleren. Wanneer je dat moeilijk vindt, is de vraag interessant waarom gelijk krijgen voor jou zo belangrijk is.
Kun je leren verliezen zonder jouw gedrevenheid kwijt te raken?
Ja. Het leerdoel is niet dat je minder gedreven, ambitieus of competitief moet worden. Het gaat erom dat je jouw kwaliteit behoudt zonder in de valkuil terecht te komen. Je kunt graag willen winnen en tegelijkertijd verdragen dat het soms niet lukt. Je kunt hoge doelen stellen en toch accepteren dat een ander beter is. Je kunt ambitieus zijn zonder jouw eigenwaarde volledig afhankelijk te maken van het resultaat.
Daarvoor zijn vooral incasseringsvermogen en relativeringsvermogen belangrijk. Kun je een teleurstelling verdragen zonder jezelf af te schrijven? Kun je de zaken weer in de juiste proporties zien? En kun je jezelf waarderen om wie je bent, ook wanneer je een keer niet de eerste, de beste of de winnaar bent?
Altijd de beste willen zijn
Altijd willen winnen ligt dicht tegen altijd de beste willen zijn aan. Toch is het niet helemaal hetzelfde. Bij willen winnen ligt het accent op de strijd of vergelijking: jij tegenover een ander. Bij de beste willen zijn kan de norm ook volledig in jezelf zitten. Je moet dan steeds bovenaan eindigen, het hoogste niveau halen of jezelf voortdurend overtreffen.
In beide gevallen geldt dezelfde vraag: is jouw streven nog een bron van energie of is het een opdracht geworden waaraan je voortdurend moet voldoen? Zodra het tweede gebeurt, wordt een mooie kwaliteit een valkuil.
Welke ontwikkeldoelen passen bij altijd willen winnen?
Je wilt beter leren incasseren, zodat een nederlaag of tegenslag vervelend mag zijn zonder dat jouw hele gevoel van eigenwaarde ervan afhangt.
Je wilt beter leren relativeren en situaties weer in de juiste proporties leren zien wanneer winnen of presteren te belangrijk wordt.
Je wilt jouw behoefte aan waardering onderzoeken, zodat je beter begrijpt hoeveel bevestiging je van anderen nodig hebt en wat prestaties daarin voor jou betekenen.
Veelgestelde vragen over altijd willen winnen
De volgende vragen gaan over de grens tussen een gezonde winnaarsmentaliteit en een patroon waarin winnen te belangrijk wordt.
Is altijd willen winnen een karaktereigenschap?
Er kan een sterke competitieve of prestatiegerichte aanleg achter zitten, maar gedrag wordt ook beïnvloed door behoefte aan waardering, overtuigingen en ervaringen. Daarom zegt de wens om te winnen niet automatisch iets over één bepaalde karaktereigenschap.
Is competitief zijn verkeerd?
Nee. Competitief zijn kan je uitdagen en motiveren. Het wordt vooral lastig wanneer je anderen voortdurend moet overtreffen of wanneer verliezen jouw eigenwaarde aantast.
Kan altijd willen winnen ook onzekerheid verbergen?
Dat kan. Wanneer je prestaties gebruikt om steeds opnieuw te bewijzen dat je goed genoeg bent, kan onzekerheid een rol spelen. Dat hoeft echter niet bij iedereen die graag wint het geval te zijn.
Hoe merk je dat jouw winnaarsmentaliteit te ver doorslaat?
Dat merk je bijvoorbeeld wanneer verliezen buitensporig veel boosheid of frustratie oproept, wanneer je niet kunt genieten van een prestatie omdat het altijd beter moet of wanneer anderen jouw competitiedrang als belastend gaan ervaren.
Moet je minder ambitieus worden als je altijd wilt winnen?
Nee. Het doel is niet jouw ambitie af te zwakken. Het gaat erom dat ambitie een kracht blijft en niet verandert in een voortdurende opdracht om jezelf te bewijzen.
Willen, kunnen en zijn
Altijd willen winnen laat zien dat willen ook kan doorslaan. Gedrevenheid, ambitie en competitie kunnen je vooruithelpen, maar het is belangrijk dat wat je wilt ook past bij wie je bent en dat je jezelf niet voortdurend hoeft te bewijzen.
Door beter te begrijpen wat jou werkelijk drijft, krijg je meer zicht op het verschil tussen graag willen winnen en moeten winnen.
Auteur en publicatiegegevens
Dit artikel is geschreven door Jan Stevens. Jan Stevens is eigenaar en oprichter van De Steven training & coaching (www.desteven.nl). Op deze website tref je meer dan 2000 blogs over persoonlijke ontwikkeling, loopbaan, leiderschap, teamontwikkeling, hoogsensitiviteit en hoogbegaafdheid.

Publicatiedatum: 27-10-2016
Update: 7 augustus 2026.


