Niet tot de kern komen: waarom lukt dat niet?
Niet tot de kern komen is een vorm van breedsprakig communiceren. Het betekent dat jouw belangrijkste boodschap te lang verborgen blijft. Je vertelt wat eraan voorafging, welke gedachten je had en welke omstandigheden een rol speelden. Pas later wordt duidelijk wat je eigenlijk wilt zeggen, vragen of voorstellen.
Misschien weet je zelf nog niet precies wat jouw kern is wanneer je begint te praten. Je probeert jouw gedachten tijdens het gesprek te ordenen. Of je weet het wel, maar vindt het te kort, te direct of te stellig om meteen met jouw conclusie te beginnen.
Voor jou voelt de aanloop noodzakelijk. De ander moet volgens jou eerst begrijpen hoe de situatie is ontstaan. Toch kan jouw gesprekspartner onderweg de draad kwijtraken. Hij hoort veel informatie, maar weet niet wat jij van hem verwacht.
De vraag in dit artikel is daarom: waarom kom je niet rechtstreeks tot jouw punt en hoe zorg je dat de ander jouw kern niet zelf hoeft te zoeken?
Wat betekent niet tot de kern komen?
De kern is de hoofdboodschap van jouw verhaal. Het is het antwoord, de conclusie, de vraag, het voorstel of de grens die je wilt overbrengen.
Je komt niet tot de kern wanneer die hoofdboodschap onduidelijk blijft of pas na een lange aanloop verschijnt.
Iemand vraagt bijvoorbeeld: “Wat heb je van mij nodig?”
Jij begint te vertellen wat er de afgelopen weken is gebeurd. Je noemt de verschillende betrokkenen, legt uit welke afspraken er eerder zijn gemaakt en vertelt hoe jij je daarbij voelt.
Na een aantal minuten vraagt de ander opnieuw: “Maar wat wil je nu concreet van mij?”
Jouw verhaal kan waardevolle informatie bevatten. Toch ontbreekt de kapstok waaraan de ander die informatie kan ophangen.
Welke plaats heeft niet tot de kern komen binnen breedsprakigheid?
Breedsprakigheid is het overkoepelende begrip voor communicatie waarin je meer woorden of informatie gebruikt dan nodig is. Binnen dit cluster maak ik bewust onderscheid tussen verschillende patronen:
- Bij langdradigheid blijf je praten terwijl jouw boodschap al duidelijk is.
- Bij uitweiden dwaal je af naar andere onderwerpen en zijpaden.
- Bij te veel details vertellen noem je meer kleine feitelijkheden dan nodig is.
- Bij te veel uitleg geven verklaar of verantwoord je jouw antwoord uitvoeriger dan nodig is.
- Wanneer je niet tot de kern komt, blijft onduidelijk wat jouw eigenlijke boodschap is.
Je kunt dus kort spreken en toch niet tot de kern komen. Misschien gebruik je maar een paar zinnen, maar draai je om jouw boodschap heen of formuleer je zo voorzichtig dat de ander niet weet wat je bedoelt.
Hoe herken je dat je niet tot de kern komt?
Voor jezelf kan jouw verhaal heel logisch klinken. Jij kent de achtergrond en ziet hoe alle onderdelen bij elkaar horen. Jouw luisteraar kent die route niet. Je komt mogelijk niet goed tot de kern wanneer:
- Je eerst de hele voorgeschiedenis vertelt.
- Je pas tijdens het praten ontdekt wat je werkelijk vindt.
- Je moeite hebt om jouw boodschap in één zin samen te vatten.
- Je meerdere vragen tegelijk probeert te beantwoorden.
- Je aanleiding, gevoelens en conclusie door elkaar haalt.
- Je gesprekspartner vraagt: “Wat wil je nu eigenlijk zeggen?”.
- Je veel context geeft voordat je antwoord geeft.
- Je bang bent om te direct of te stellig te zijn.
- Je verschillende mogelijkheden blijft afwegen zonder een keuze te formuleren.
- De ander na jouw verhaal niet weet welke actie nodig is.
Een duidelijk signaal is dat jouw gesprekspartner jouw kern voor jou moet formuleren: “Bedoel je eigenlijk dat je niet wilt dat ik mij hiermee bemoei?”
Wanneer de ander dat regelmatig moet doen, leg je het trechterwerk bij jouw luisteraar neer.
Weet je zelf nog niet wat jouw boodschap is?
Soms kom je niet tot de kern omdat je die kern zelf nog niet hebt gevonden.
Er is iets gebeurd en je wilt erover praten. Je hebt gedachten, gevoelens en twijfels, maar nog geen duidelijke conclusie. Daarom begin je te vertellen in de hoop dat jouw boodschap tijdens het gesprek vanzelf ontstaat.
Dat kan nuttig zijn in een open verkennend gesprek. Je mag hardop onderzoeken wat je denkt en voelt. Het wordt lastig wanneer de ander een duidelijk antwoord, besluit of verzoek nodig heeft.
Ik zou dan onderscheid maken tussen twee soorten gesprekken:
- Een gesprek waarin je samen onderzoekt wat er speelt.
- Een gesprek waarin je een boodschap, vraag of besluit wilt overbrengen.
Bij het eerste gesprek mag de route zoekend zijn. Bij het tweede gesprek moet je vooraf beter weten waar je naartoe wilt.
Vraag jezelf daarom af: wil ik nu onderzoeken wat ik vind, of wil ik vertellen wat ik heb besloten?
Denk je terwijl je praat?
Sommige mensen denken eerst en spreken daarna. Andere mensen ontdekken tijdens het spreken wat zij denken.
Wanneer jij tijdens het praten denkt, hoort de ander niet alleen jouw conclusie. Hij hoort ook de volledige zoektocht ernaartoe.
Je begint met een gebeurtenis. Tijdens het vertellen bedenk je wat die gebeurtenis voor jou betekent. Daarna zie je een verband met een eerdere ervaring. Je nuanceert jouw eerste gedachte en komt uiteindelijk tot een andere conclusie.
Voor jou is dat een natuurlijk denkproces. Voor de luisteraar voelt het als een lange tunnel waarvan de uitgang nog niet zichtbaar is.
Je hoeft jouw manier van denken niet af te leren. Je kunt wel voorkomen dat ieder denkstapje automatisch onderdeel wordt van jouw boodschap.
Zeg bijvoorbeeld: “Ik wil hier even over nadenken voordat ik antwoord geef.”
Een korte denkpauze helpt je om eerst de uitkomst te formuleren en daarna pas te spreken.
Loopt jouw hoofd vijf stappen vooruit?
Misschien stelt iemand jou één vraag, maar zie jij meteen alles wat daaruit kan voortkomen.
Iemand vraagt: “Kunnen we deze aanpak gebruiken?”
Jij denkt direct aan de uitvoering, mogelijke bezwaren, uitzonderingen, kosten, toekomstige risico's en vragen die later misschien nog gesteld worden.
Jouw hoofd is al vijf stappen verder. Daardoor geef je niet alleen antwoord op de gestelde vraag. Je reageert ook op allerlei vragen die de ander nog niet heeft gesteld.
De oorspronkelijke vraag wordt zo steeds groter.
Je kunt dit voorkomen door eerst terug te gaan naar de letterlijke vraag: “Ja, deze aanpak is bruikbaar. Er is één voorwaarde waar we rekening mee moeten houden.”
Daarna wacht je. De ander kan zelf bepalen welke vervolgvraag nodig is.
Maak je de vraag groter dan zij is?
Een eenvoudige vraag kan in jouw hoofd veranderen in een compleet vraagstuk.
Een klant vraagt bijvoorbeeld: “Waar moet ik beginnen?”
Jij hoort misschien: “Leg mij de hele regeling uit, bespreek alle uitzonderingen en vertel welke opties er bestaan.”
Maar dat heeft de klant niet gevraagd. Misschien wil hij alleen weten welke eerste stap hij vandaag kan zetten.
Vraag daarom door voordat je een groot antwoord geeft:
- “Wil je vooral weten wat jouw eerste stap is?”.
- “Heb je behoefte aan een praktisch antwoord of aan de volledige achtergrond?”.
- “Welke beslissing wil je met deze informatie nemen?”.
- “Wat wil je na ons gesprek kunnen doen?”.
Een scherpe tegenvraag voorkomt dat jij een masterclass geeft terwijl de ander alleen een wegwijzer nodig heeft.
Verwar je de aanleiding met de boodschap?
De aanleiding is wat er is gebeurd. De boodschap is wat jij daar nu over wilt zeggen.
Die twee lopen gemakkelijk door elkaar.
Stel dat er een meningsverschil is ontstaan op het werk. Je wilt aangeven dat een bepaald onderwerp niet thuishoort in jouw coachingstraject. In plaats van met die grens te beginnen, vertel je eerst wie wat heeft gezegd, hoe de verhouding is ontstaan en welke emoties daarbij een rol spelen.
De luisteraar hoort de aanleiding, maar weet niet wat jouw boodschap is.
De kern kan heel eenvoudig zijn: “Ons traject gaat over mijn communicatie. Het conflict tussen mij en de organisatie hoort daar niet bij.”
Daarna kun je noodzakelijke context geven. Niet andersom.
De aanleiding verklaart jouw boodschap, maar mag haar niet verbergen.
Wil je eerst dat de ander alles begrijpt?
Misschien denk je dat de ander jouw conclusie pas kan begrijpen wanneer hij de volledige context kent.
Daarom neem je hem mee vanaf het begin. Je vertelt wat er gebeurde, welke rollen mensen hadden en welke afwegingen jij hebt gemaakt.
Dat voelt zorgvuldig. Toch hoeft de ander de hele route niet te kennen om jouw bestemming te begrijpen.
Vergelijk het met een treinreis. Wanneer iemand vraagt waar de trein naartoe gaat, hoef je niet eerst alle tussenstations te noemen. Je kunt zeggen: “Deze trein gaat naar Groningen. Onderweg stoppen we op vijf plaatsen.”
De bestemming geeft betekenis aan de tussenstappen.
Zo werkt het ook in jouw communicatie. Vertel eerst waar jouw verhaal naartoe gaat. Geef daarna alleen de context die nodig is om die kern te begrijpen.
Ben je bang om te direct of te stellig te zijn?
Niet tot de kern komen kan ook voortkomen uit voorzichtigheid. Je wilt niet bot, hard of dwingend overkomen.
Daarom gebruik je woorden als:
- Misschien.
- Eigenlijk.
- Een beetje.
- Wellicht.
- In zekere zin.
- Ik weet niet of ik het goed zeg.
Nuanceren kan tactvol zijn. Maar te veel voorzichtigheid maakt jouw bedoeling vaag.
Je zegt bijvoorbeeld: “Ik vroeg mij af of het misschien een idee zou kunnen zijn om nog eens te kijken naar de planning.”
Bedoel je dat als vrijblijvende gedachte? Of wil je werkelijk dat de planning wordt aangepast?
Wanneer dat laatste het geval is, zeg dan: “Ik wil de planning aanpassen, omdat twee onderdelen nog niet klaar zijn.”
Je kunt helder en tactvol tegelijk zijn. Tact betekent niet dat je om jouw boodschap heen hoeft te draaien.
Voelen hoofd- en bijzaken allebei belangrijk?
Wanneer je niet tot de kern komt, kan het lastig zijn om te bepalen welke informatie de hoofdzaak is.
Een hoofdzaak staat niet voor altijd vast. Wat belangrijk is, hangt af van de vraag, de gesprekspartner en het doel.
Een omvangrijk dossier kan honderden gebeurtenissen, documenten en gesprekken bevatten. Wanneer het management vraagt welke volgende stap nodig is, is niet ieder onderdeel van het dossier een hoofdzaak.
De hoofdzaak is dan de informatie die nodig is om dat besluit te nemen.
Wanneer je later lesgeeft over hetzelfde dossier, kunnen andere onderdelen belangrijk worden. De context bepaalt dus wat de kern is.
Vraag jezelf daarom niet alleen af wat jij belangrijk vindt. Vraag vooral: wat heeft deze persoon nodig om deze vraag te beantwoorden of dit besluit te nemen?
Kan overanalyseren de essentie verbergen?
Analytisch vermogen is een sterke kwaliteit. Je ziet verbanden, onderzoekt verschillende kanten en trekt niet te snel een conclusie.
De valkuil ontstaat wanneer je blijft beschouwen. Je ziet steeds nieuwe mogelijkheden en voorwaarden, waardoor je geen duidelijke keuze meer formuleert.
Je denkt bijvoorbeeld:
- Optie A heeft een voordeel, maar ook een risico.
- Optie B is haalbaar, behalve wanneer deze voorwaarde verandert.
- Optie C zou kunnen, maar daarvoor ontbreekt informatie.
- Er is misschien nog een vierde mogelijkheid.
De ander hoort een zorgvuldige analyse, maar krijgt geen advies.
De deskundige adviseur durft te zeggen: “Ik heb de verschillende mogelijkheden afgewogen. Mijn advies is optie A. Het belangrijkste risico kunnen we beheersen.”
Tot de kern komen betekent niet dat je minder grondig analyseert. Het betekent dat je na jouw analyse ook kiest, concludeert of adviseert.
Waarom raakt de ander jouw boodschap kwijt?
De luisteraar heeft maar een beperkte hoeveelheid aandacht. Wanneer jij veel context geeft zonder duidelijke kern, moet hij zelf bepalen wat belangrijk is.
De ander kan dan:
- Niet weten welke informatie hij moet onthouden.
- Twijfelen over wat je van hem verwacht.
- Een andere conclusie trekken dan jij bedoelde.
- Jouw verhaal onderbreken om duidelijkheid te krijgen.
- Afhaken voordat jouw kern wordt uitgesproken.
- Een besluit uitstellen omdat de richting ontbreekt.
- Jouw boodschap zelf proberen samen te vatten.
Jouw gesprekspartner moet dan het werk doen dat jij vooraf had kunnen doen: ordenen, selecteren en trechteren.
Dat kan frustratie geven. Zeker wanneer iemand alleen een kort antwoord, een praktisch voorstel of een duidelijke instructie nodig heeft.
Wat gebeurt er onder druk?
Onder spanning kan alles belangrijk voelen. Je wilt niets vergeten en probeert tegelijk verschillende belangen, emoties en gebeurtenissen te benoemen.
Daardoor wordt het moeilijker om te bepalen wat eerst moet komen.
Misschien ga je sneller praten. Je begint zonder heldere eerste zin en probeert jouw verhaal onderweg te structureren. Hoe meer druk je voelt, hoe meer informatie je toevoegt.
Juist dan helpt vertragen.
Zeg bijvoorbeeld: “Geef me even een moment. Ik wil eerst formuleren wat mijn belangrijkste punt is.”
Die korte pauze kan voorkomen dat je al pratend naar jouw boodschap moet zoeken.
Hoe gebruik je de kapstokstructuur?
Een kapstok geeft jouw verhaal een herkenbare structuur. Je vertelt eerst waar het gesprek naartoe gaat en hangt daarna de noodzakelijke informatie aan die kapstok.
Een eenvoudige kapstok bestaat uit vier onderdelen:
- Dit is mijn conclusie.
- Dit zijn de twee belangrijkste redenen.
- Dit is mijn voorstel.
- Wil je de verdere onderbouwing horen?
Een voorbeeld: “Mijn conclusie is dat we de oplevering moeten uitstellen. Twee belangrijke onderdelen zijn nog niet klaar en de leverancier heeft vertraging. Mijn voorstel is om de planning met één week te verschuiven. Wil je dat ik de gevolgen per onderdeel toelicht?”
De ander kent meteen de bestemming. De toelichting krijgt daardoor betekenis.
Hoe begin je met jouw kernboodschap?
Een kernboodschap is de ene zin die de ander in ieder geval moet begrijpen en onthouden.
Voor een belangrijk gesprek kun je vooraf deze zin afmaken: “Na dit gesprek moet de ander weten dat...”
Of: “Na dit gesprek wil ik dat de ander...”
Voorbeelden zijn:
- Na dit gesprek moet de ander weten dat ik niet instem met het voorstel.
- Na dit gesprek wil ik dat de ander een besluit neemt over de planning.
- Na dit gesprek moet duidelijk zijn welke taak bij wie hoort.
- Na dit gesprek wil ik dat mijn grens wordt gerespecteerd.
Wanneer je die zin niet kunt afmaken, ben je waarschijnlijk nog niet klaar om jouw boodschap helder over te brengen.
Hoe werkt de formule kern, toelichting en check?
Een praktische formule helpt je om rechtstreeks te beginnen zonder kortaf te worden.
Kern
Geef eerst het antwoord, de conclusie, jouw vraag of jouw grens. Bijvoorbeeld: “Ik wil niet dat dit onderwerp onderdeel wordt van ons coachingstraject.”
Toelichting
Geef daarna alleen de context die nodig is om jouw boodschap te begrijpen. Bijvoorbeeld: “Het traject gaat over mijn communicatie. Het arbeidsconflict vraagt een andere rol en aanpak.”
Check
Controleer of de ander jouw bedoeling begrijpt. Bijvoorbeeld: “Is het duidelijk welke grens ik hiermee aangeef?”
Je bent dan helder en je houdt ruimte voor contact en vragen.
Hoe formuleer je jouw eerste zin vooraf?
De eerste zin bepaalt vaak of jouw verhaal een duidelijke route krijgt.
Bereid daarom bij een belangrijk gesprek niet alleen het onderwerp voor. Schrijf letterlijk op hoe je wilt beginnen.
Mogelijke eerste zinnen zijn:
- “Mijn belangrijkste boodschap is...”.
- “Mijn antwoord op jouw vraag is...”.
- “Ik wil vandaag één besluit met je bespreken.”.
- “Mijn voorstel is...”.
- “Wat ik van jou nodig heb, is...”.
- “De grens die ik wil aangeven, is...”.
Wanneer de eerste zin staat, hoef je minder te zoeken tijdens het spreken.
Geef je eerst antwoord op de gestelde vraag?
Wanneer iemand jou een vraag stelt, begin dan met het antwoord op die vraag.
Vraagt iemand: “Kun je dit vrijdag opleveren?”
Begin dan met: “Ja, dat lukt.”
Of: “Nee, ik heb tot maandag nodig.”
Geef daarna de noodzakelijke toelichting.
Je hoeft niet eerst te vertellen hoe jouw agenda eruitziet, welke werkzaamheden nog openstaan en met wie je overleg hebt gehad.
Een direct antwoord geeft de ander houvast.
Maak je jouw boodschap kleiner door te veel nuances?
Nuance is belangrijk. Toch kan iedere extra nuance jouw boodschap minder helder maken.
Je zegt bijvoorbeeld: “Ik vind het plan op zichzelf niet slecht, en ik begrijp ook waarom ervoor gekozen is, maar er zitten naar mijn idee misschien nog wel een paar punten in waar we eventueel naar zouden kunnen kijken.”
Wat bedoel je?
Misschien is jouw werkelijke boodschap: “Ik steun het plan niet in deze vorm. Er moeten eerst twee risico's worden opgelost.”
Dat is duidelijker. Je kunt daarna respectvol toelichten welke risico's je ziet.
Nuance moet de kern verfijnen, niet oplossen.
Hoe kom je tot de kern zonder bot te worden?
Sommige mensen slaan na feedback over breedsprakigheid door naar de andere kant. Ze worden kort, hard of directief.
Maar het doel is niet dat je alleen nog bevelen en conclusies geeft.
Het doel is dat je kernachtig communiceert en respectvol blijft.
Vergelijk deze twee boodschappen:
“Dit gaat niet door.”
Dat is duidelijk, maar kan hard overkomen.
“Ik stem niet in met dit voorstel. De financiële risico's zijn op dit moment te groot. Ik bespreek graag welke aanpassing het wel haalbaar maakt.”
De tweede boodschap is helder, onderbouwd en uitnodigend.
Tot de kern komen betekent dus niet dat je gevoel, context of respect weglaat. Je zet ze alleen in de juiste volgorde.
Hoe ziet niet tot de kern komen er in de praktijk uit?
Een medewerker wil met haar coach bespreken dat hij zich niet moet mengen in een conflict tussen haar en de organisatie.
Ze vertelt eerst hoe het conflict is ontstaan. Daarna benoemt ze de verschillende rollen, uitspraken en gevoelens. Ze probeert zorgvuldig uit te leggen waarom de situatie zo gevoelig is.
De coach raakt juist aan het twijfelen. Verwacht zij dat hij bemiddelt? Wil ze dat hij contact opneemt met haar leidinggevende? Moet het conflict onderdeel worden van het traject?
Uiteindelijk blijkt haar boodschap: “Ons coachingstraject gaat over mijn communicatie. Het conflict met mijn werkgever hoort daar niet bij.”
Die zin had de kapstok kunnen zijn. Daarna kon ze vertellen welke achtergrond nodig was om haar grens te begrijpen.
Ik herken dit patroon vaker. Iemand wil zo zorgvuldig zijn dat hij de kern bewaart tot het einde. Maar juist daardoor weet de ander niet waar het verhaal over gaat.
Welke praktische oefeningen helpen?
Tot de kern komen is een vaardigheid die je kunt oefenen. Begin klein en gebruik dagelijkse gesprekken.
Vat jouw boodschap samen in één zin
Schrijf voor een gesprek één zin op. Lukt dat niet? Dan is jouw eigen boodschap waarschijnlijk nog niet scherp genoeg.
Gebruik drie kernwoorden
Noteer maximaal drie woorden die je tijdens het gesprek wilt behandelen. Alles wat daar niet onder valt, parkeer je.
Kies maximaal twee argumenten
Een lange lijst redenen maakt jouw boodschap niet altijd sterker. Kies de twee argumenten die het meest bijdragen aan begrip of besluitvorming.
Begin met het antwoord
Geef eerst ja, nee, jouw conclusie of jouw voorstel. Daarna volgt de context.
Vraag wat de ander nodig heeft
Vraag of iemand alleen jouw advies wil of ook de volledige onderbouwing.
Laat iemand jouw kern teruggeven
Vraag na een belangrijk gesprek: “Wat is volgens jou mijn belangrijkste boodschap?”
Het antwoord laat zien of jouw kern werkelijk is aangekomen.
Neem bedenktijd
Je hoeft niet op iedere onverwachte vraag onmiddellijk een uitgebreid antwoord te geven. Een korte pauze helpt jou om te trechteren.
Wat is jouw leerdoel?
Wanneer je niet tot de kern komt, ligt jouw leerdoel bij kiezen, ordenen en richting geven.
Je kunt werken aan:
- Vooraf bepalen wat jouw hoofdboodschap is.
- De aanleiding niet verwarren met de boodschap.
- Eerst antwoord geven op de gestelde vraag.
- Jouw conclusie voor de context noemen.
- De vraag niet groter maken dan zij is.
- Hoofd- en bijzaken afstemmen op de ontvanger.
- Een denkpauze nemen bij onverwachte vragen.
- Maximaal twee belangrijke argumenten kiezen.
- Controleren of jouw boodschap is begrepen.
- Helder zijn zonder kortaf te worden.
Ik wil jouw diepgang, zorgvuldigheid en denkvermogen niet kleiner maken. Ik wil je helpen om deze kwaliteiten zo te ordenen dat de ander jouw bedoeling meteen kan volgen.
Want waarom zou je jouw belangrijkste boodschap aan het einde verstoppen, wanneer die vanaf het begin richting kan geven?
Doe de (gratis) communicatietest
Wil je inzicht krijgen in jouw sterke punten en valkuilen wanneer het over communicatie gaat? Met de communicatietest ontdek je jouw belangrijkste communicatie-ontwikkeldoelen.
E-book authentiek communiceren
Wil je leren hoe je woorden geeft aan wat in jou leeft en hoe je bewust omgaat met spreken en zwijgen? In dit e-book van 70 pagina’s lees je hoe willen, kunnen en zijn samenkomen in authentieke communicatie.
Webinar over communicatie
Wil je meer inzicht in jouw communicatiepatronen, valkuilen en ontwikkelmogelijkheden? Bekijk dan het webinar over persoonlijke communicatie.
Veelgestelde vragen over niet tot de kern komen
Hieronder beantwoord ik vijf veelgestelde vragen over de kernboodschap, duidelijkheid en kernachtig communiceren.
Waarom kom ik niet tot de kern?
Je komt mogelijk niet tot de kern omdat je tijdens het praten nog ontdekt wat je vindt, veel context wilt geven of bang bent om te direct te zijn. Ook spanning en moeite met kiezen kunnen een rol spelen.
Hoe kom ik sneller tot de kern in een gesprek?
Formuleer vooraf jouw belangrijkste boodschap in één zin. Begin daarmee, geef vervolgens maximaal twee belangrijke redenen en vraag daarna of de ander meer toelichting nodig heeft.
Wat is het verschil tussen niet tot de kern komen en uitweiden?
Wanneer je niet tot de kern komt, blijft jouw hoofdboodschap onduidelijk. Bij uitweiden dwaal je tijdens het vertellen af naar andere onderwerpen.
Wat is een kernboodschap?
Een kernboodschap is de ene zin die de ander in ieder geval moet begrijpen en onthouden. Het kan een antwoord, conclusie, vraag, voorstel of grens zijn.
Hoe kom ik tot de kern zonder bot over te komen?
Begin met een heldere boodschap, geef een korte noodzakelijke toelichting en houd rekening met de gevoelens en vragen van de ander. Kernachtig communiceren betekent niet dat je hard of afstandelijk hoeft te zijn.
Wil je jouw kernboodschap helder formuleren?
Misschien wil je zorgvuldig zijn, alle context benoemen of voorkomen dat je te direct overkomt. Daardoor blijft jouw belangrijkste boodschap soms verborgen en moet de ander zelf ontdekken wat jij bedoelt.
Bij De Steven kun je werken aan communicatie waarin je jouw diepgang en zorgvuldigheid behoudt, maar jouw kern eerder en duidelijker formuleert. Je leert hoofd- en bijzaken scheiden, beginnen met jouw conclusie en precies genoeg toelichting geven.
Auteur
Dit artikel is geschreven door Jan Stevens. Jan Stevens is eigenaar en oprichter van De Steven training & coaching (www.desteven.nl). Op deze website tref je meer dan 2000 blogs over persoonlijke ontwikkeling, loopbaan, leiderschap, teamontwikkeling, hoogsensitiviteit en hoogbegaafdheid.

Publicatiedatum: 01-08-2026.
Update: 1 augustus 2026.


