Impostersyndroom: wat is het en waarom ben je bang om door de mand te vallen?
Impostersyndroom betekent dat je twijfelt aan jouw eigen deskundigheid, kwaliteiten of prestaties, terwijl daar op basis van de feiten vaak weinig reden voor is. Misschien zien anderen jou als deskundig, bekwaam en zelfverzekerd, terwijl jij van binnen denkt: straks ontdekken ze dat ik helemaal niet zo goed ben als ze denken. Je kunt succes hebben, goede beoordelingen krijgen, een mooie functie bekleden of veel ervaring hebben en toch last houden van zelftwijfel. Je schrijft jouw succes bijvoorbeeld toe aan geluk, toeval, hard werken of een gunstige samenloop van omstandigheden, terwijl je jouw eigen aandeel nauwelijks serieus neemt.
Dat vind ik kenmerkend voor het impostersyndroom. Het gaat niet alleen over onzeker zijn. Het gaat vooral over de manier waarop je naar jezelf kijkt en hoe je jouw eigen prestaties beoordeelt. Positieve resultaten overtuigen je maar tijdelijk, terwijl een fout, een kritische opmerking of een tegenvallend resultaat gemakkelijk voelt als het bewijs dat jouw twijfel altijd al terecht was.
Wat is het impostersyndroom?
Bij het impostersyndroom heb je moeite om jouw eigen bekwaamheid werkelijk te erkennen. Je kunt objectief gezien prima functioneren en toch innerlijk het gevoel hebben dat je tekortschiet. Je denkt bijvoorbeeld:
- Straks ontdekken ze dat ik helemaal niet zoveel weet.
- Ik heb gewoon geluk gehad.
- Iedereen kan dit toch?
- De verwachtingen zijn nu zo hoog dat ik alleen nog maar kan tegenvallen.
- Bij de volgende opdracht val ik gegarandeerd door de mand.
Jouw gevoel en de feiten lopen dus niet gelijk op. Je kunt een goede opleiding hebben gevolgd, jarenlang ervaring hebben opgebouwd en aantoonbare resultaten hebben bereikt, maar toch voelt dat voor jou niet als voldoende bewijs. Het impostersyndroom is geen officiële psychiatrische diagnose. Het beschrijft een psychologisch patroon waarbij je jouw prestaties bagatelliseert, jouw eigen aandeel verkleint en jouw onzekerheid juist veel gewicht geeft.
Waarom ben je bang om door de mand te vallen?
De angst om door de mand te vallen vormt de kern van het impostersyndroom. Anderen schatten jou goed in, maar jij bent bang dat zij zich vergissen. Daardoor kun je voortdurend bezig zijn om te bewijzen dat je jouw plek wel degelijk verdient. Je bereidt je extreem goed voor, werkt langer door dan nodig is en controleert jouw werk keer op keer. Die controlebehoefte komt dan niet alleen voort uit jouw wens om kwaliteit te leveren, maar ook uit angst dat iemand ontdekt dat jij tekortschiet.
Een fout krijgt daardoor een veel te zware betekenis. Je denkt niet alleen: ik heb iets verkeerd gedaan. Je denkt: zie je wel, nu ontdekken ze dat ik het eigenlijk niet kan. Daar zit voor mij een belangrijk verschil. Je beoordeelt niet meer alleen een fout, een beslissing of een resultaat, maar je maakt er een oordeel van over jouw totale deskundigheid.
Wat zijn kenmerken van het impostersyndroom?
Het impostersyndroom ziet er niet bij iedereen hetzelfde uit. Toch zijn er patronen die ik regelmatig tegenkom. Misschien herken jij jezelf in een aantal van deze kenmerken:
- Je schrijft jouw successen gemakkelijk toe aan geluk of toeval.
- Je vindt jouw eigen prestaties heel gewoon of vanzelfsprekend.
- Je vergelijkt jouw eigen binnenwereld met de zichtbare buitenkant van anderen.
- Je bent bang om fouten te maken.
- Je legt de lat voor jezelf uitzonderlijk hoog.
- Je vindt het lastig om complimenten werkelijk te ontvangen.
- Je voelt je snel onzeker wanneer je iets nieuws moet doen.
- Je besteedt veel tijd aan voorbereiding en controle.
- Je denkt dat anderen deskundiger of bekwamer zijn dan jij.
- Je bent bang dat je een eerder succes niet opnieuw kunt bereiken.
Je hoeft je natuurlijk niet in ieder kenmerk te herkennen. Het kan bovendien sterk van de situatie afhangen. Misschien voel je je privé heel zeker, terwijl je op jouw werk voortdurend twijfelt. Misschien weet je binnen jouw huidige functie precies wat je doet, maar begint de twijfel zodra je promotie maakt. Of je komt terecht tussen zeer ervaren collega's en ineens lijkt jouw eigen kennis veel minder waard, terwijl er feitelijk niets aan jouw kwaliteiten is veranderd.
Wat is het verschil tussen onzekerheid en het impostersyndroom?
Iedereen voelt zich weleens onzeker. Dat hoort bij het leven. Een nieuwe baan, een belangrijke presentatie, een andere functie of een verantwoordelijkheid die je nog niet eerder hebt gehad kan spanning oproepen. Bij gewone onzekerheid groeit jouw vertrouwen meestal wanneer je ervaring opdoet. Je begint ergens aan, ontdekt dat je het aankunt en neemt die ervaring mee naar een volgende situatie.
Bij het impostersyndroom werkt dat anders. Een nieuw succes wordt niet vanzelf nieuw bewijs dat je iets kunt. Je geeft er een verklaring aan waardoor jouw eigen bijdrage opnieuw uit beeld verdwijnt. Je geeft een goede presentatie en denkt: het publiek was gewoon vriendelijk. Je haalt een grote opdracht binnen en denkt: de klant had waarschijnlijk weinig alternatieven. Je krijgt promotie en denkt: mijn leidinggevende overschat mij. Zo kunnen de feiten jouw negatieve overtuiging keer op keer tegenspreken zonder dat jouw beeld van jezelf werkelijk verandert.
Waardoor ontstaat het impostersyndroom?
Er is meestal niet één duidelijke oorzaak. Vaak ontstaat het impostersyndroom door een combinatie van persoonlijke eigenschappen, ervaringen, verwachtingen en omstandigheden. Wat bij de één vooral samenhangt met perfectionisme, kan bij een ander veel meer te maken hebben met hoge verwachtingen, vergelijken met anderen of het gevoel niet helemaal bij een groep te horen.
Welke rol spelen hoge verwachtingen?
Wanneer er vroeger veel nadruk lag op presteren, kun je geleerd hebben dat goed niet snel goed genoeg is. Waardering en eigenwaarde kunnen dan ongemerkt verbonden raken aan wat je bereikt. Je behaalt een resultaat en voelt even opluchting, maar die rust duurt niet lang. De volgende prestatie moet opnieuw bewijzen dat jij jouw plek verdient. Daardoor ontstaat er nauwelijks ruimte om een succes werkelijk te ontvangen en te erkennen.
Wat is de relatie tussen perfectionisme en het impostersyndroom?
Perfectionisme en het impostersyndroom kunnen elkaar behoorlijk versterken. Wanneer jouw norm extreem hoog ligt, is er bijna altijd iets te vinden wat beter had gekund. Anderen kijken naar het uiteindelijke resultaat en zien dat het goed is. Jij kijkt naar het hele proces en herinnert je iedere twijfel, fout, omweg, vraag en onvolkomenheid. Je beoordeelt jezelf dus met informatie die een ander helemaal niet heeft en gebruikt vervolgens die informatie om te concluderen dat jouw prestatie eigenlijk minder bijzonder was dan anderen denken.
Waarom versterkt jezelf vergelijken met anderen de twijfel?
Bij vergelijken gaat vaak iets mis. Van jezelf zie je de hele binnenkant: jouw twijfel, spanning, voorbereiding, fouten en momenten waarop je het antwoord niet wist. Van een ander zie je vooral het eindresultaat, het optreden en de buitenkant. Je vergelijkt dus jouw eigen onzekerheden met het zichtbare succes van iemand anders. Dat is geen eerlijke vergelijking en toch kan die vergelijking jouw gevoel van tekortschieten behoorlijk versterken.
Waarom kan een nieuwe functie of omgeving het impostersyndroom versterken?
Een verandering kan oude zekerheid plotseling wegnemen. Wat je jarenlang moeiteloos deed, voelt ineens minder vanzelfsprekend zodra je in een nieuwe omgeving terechtkomt. Dat kan bijvoorbeeld gebeuren bij:
- Een nieuwe baan.
- Een leidinggevende functie.
- Een promotie.
- Zelfstandig ondernemerschap.
- Werken met zeer ervaren collega's.
- Toetreden tot een managementteam of directie.
- Spreken voor een grote groep.
- Studeren op een hoger niveau.
Je moet binnen die nieuwe context opnieuw ontdekken wat je kunt, wat er van je wordt verwacht en waar jouw toegevoegde waarde ligt. Juist in zo'n overgangsfase kan twijfel sterker worden, niet omdat je ineens minder bekwaam bent, maar omdat jouw vertrouwde referentiekader is veranderd.
Welke rol speelt weinig herkenning of aansluiting?
Wanneer jij jezelf anders ervaart dan de mensen om je heen, kun je daar gemakkelijk een negatieve conclusie aan verbinden. Misschien heb je een andere achtergrond, opleiding, manier van denken of communicatiestijl. Het verschil wordt dan in jouw hoofd al snel vertaald naar: ik hoor hier blijkbaar niet echt thuis. Maar anders zijn is iets anders dan minder bekwaam zijn. Juist jouw afwijkende blik, ervaring of manier van denken kan van waarde zijn.
Hoe uit het impostersyndroom zich bij hoogbegaafdheid?
Ook wanneer je hoogbegaafd bent, kun je last hebben van het impostersyndroom. Dat lijkt misschien tegenstrijdig, maar dat is het niet. Wanneer je snel denkt, gemakkelijk verbanden legt of nieuwe informatie vlug doorziet, kan dat voor jou heel normaal voelen. Je ervaart jouw eigen talent niet als bijzonder omdat jij niet weet hoe het is om met een ander brein naar dezelfde situatie te kijken. Je denkt: als ik dit kan, dan zal iedereen dit wel kunnen.
Tegelijkertijd kun je juist heel scherp zien wat je allemaal nog niet weet. Hoe meer kennis en inzicht je ontwikkelt, hoe duidelijker je ziet hoe complex een onderwerp werkelijk is. Daardoor kan iemand met veel kennis voorzichtiger spreken dan iemand met minder kennis. Wanneer hoogbegaafdheid bovendien samengaat met perfectionisme, hoge verwachtingen, faalangst of het gevoel anders te zijn, kan dat de voedingsbodem voor het impostersyndroom versterken.
Hoe werkt de vicieuze cirkel van het impostersyndroom?
Het impostersyndroom kan zichzelf voortdurend bevestigen. Stel dat je een nieuwe opdracht krijgt. Je twijfelt of je die wel aankunt en daarom ga je buitengewoon hard werken. Je leest alles wat los en vast zit, controleert jouw werk verschillende keren en bereidt ieder detail voor. De opdracht slaagt. In plaats van te denken: ik heb dit goed gedaan omdat ik deskundig ben en mij goed heb voorbereid, concludeer je: het ging alleen goed omdat ik er buitensporig veel tijd in heb gestoken. Jouw succes wordt daardoor geen bouwsteen voor meer vertrouwen en bij de volgende opdracht begint de twijfel opnieuw.
Er bestaat ook een tegenovergestelde reactie. Je stelt iets uit omdat je bang bent dat het resultaat niet goed genoeg zal zijn. Dat kan een vorm van zelfsabotage worden. Pas wanneer de deadline dichtbij komt, begin je. Als het vervolgens toch lukt, schrijf je het succes toe aan geluk, toeval of tijdsdruk. In beide varianten blijft jouw werkelijke bekwaamheid buiten beeld en kan dezelfde cirkel zich blijven herhalen.
Wat zijn de gevolgen van het impostersyndroom?
Een beetje twijfel hoeft geen probleem te zijn. Het kan je zorgvuldig, bescheiden en leergierig houden. Het wordt anders wanneer twijfel jouw gedrag gaat beheersen. Dan kan het impostersyndroom veel energie kosten en jouw keuzes steeds sterker gaan bepalen.
- Je werkt veel harder dan noodzakelijk is.
- Je ervaart regelmatig stress en spanning.
- Je vindt het moeilijk om werk te delegeren.
- Je stelt taken uit uit angst dat je ze niet goed genoeg uitvoert.
- Je bent bang om fouten te maken.
- Je hebt moeite met grenzen stellen.
- Je laat kansen liggen.
- Je durft een promotie of nieuwe verantwoordelijkheid niet aan te nemen.
- Je maakt jezelf kleiner dan nodig is.
- Je vindt het lastig om zichtbaar te zijn.
- Je zoekt voortdurend bevestiging bij anderen.
- Je raakt uiteindelijk vermoeid of uitgeput.
Zo kun je aan de buitenkant heel succesvol overkomen terwijl je van binnen voortdurend onzeker bent. De omgeving ziet jouw resultaten, terwijl jij vooral ziet hoeveel inspanning, spanning en controle eraan voorafging. Wanneer je vervolgens vooral blijft letten op alles wat niet goed genoeg was, kun je jouw eigen onzekerheid blijven voeden.
Waarom helpen complimenten vaak niet bij het impostersyndroom?
Je zou misschien verwachten dat voldoende complimenten het probleem vanzelf oplossen. Wanneer anderen maar vaak genoeg zeggen dat je jouw werk goed doet, zou je het uiteindelijk toch moeten geloven? Zo eenvoudig werkt het meestal niet. Het probleem zit niet alleen in de hoeveelheid positieve feedback die je krijgt, maar vooral in de manier waarop je die informatie verwerkt.
Je hoort bijvoorbeeld dat iemand tevreden is over jouw werk en denkt: hij zegt dat alleen maar om aardig te zijn, zij heeft mijn fouten blijkbaar niet gezien, ze kennen mij nog niet goed genoeg of de volgende keer lukt het vast niet. Die negatieve zelfpraat zorgt ervoor dat positief bewijs wordt afgezwakt, terwijl kritiek of een fout juist veel gewicht krijgt. Wat jouw deskundigheid bevestigt, wuif je weg. Wat jouw onzekerheid bevestigt, onthoud je. Zo blijft hetzelfde zelfbeeld bestaan.
Wat kun je doen tegen het impostersyndroom?
Het doel is wat mij betreft niet dat je nooit meer twijfelt. Twijfel hoort soms bij groeien, verantwoordelijkheid nemen en nieuwe dingen doen. Het gaat erom dat je leert onderzoeken of jouw twijfel nog overeenkomt met de feiten. Je hoeft jezelf niet groter te maken dan je bent, maar je hoeft jezelf zeker ook niet kleiner te maken.
Hoe maak je onderscheid tussen gevoel en feit?
Je kunt je onbekwaam voelen zonder onbekwaam te zijn. Een gevoel is werkelijk, maar het is niet automatisch een juiste beoordeling van de werkelijkheid. Vraag jezelf daarom af: welke concrete feiten ondersteunen mijn gedachte en welke feiten spreken haar tegen? Welke ervaring heb ik opgebouwd? Wat heb ik daadwerkelijk bereikt? Welke problemen heb ik opgelost? Op die manier geef je feiten weer een plek naast jouw gevoel.
Hoe erken je jouw eigen aandeel in succes?
Wanneer iets goed gaat, benoem dan bewust wat jouw eigen bijdrage was. Niet alleen: de samenwerking verliep goed, maar bijvoorbeeld ook: ik heb duidelijke afspraken gemaakt, goed geluisterd en op het juiste moment bijgestuurd. Je hoeft succes niet volledig naar jezelf toe te trekken, maar je mag jouw aandeel er ook niet telkens uit wegpoetsen.
Waarom helpt het om jouw resultaten bij te houden?
Het kan helpen om projecten, resultaten, complimenten en situaties waarin je een probleem hebt opgelost bewust bij te houden. Niet om jezelf voortdurend op de borst te kloppen, maar om jouw geheugen te corrigeren. Wanneer je jouw fouten automatisch beter onthoudt dan jouw successen, ontstaat er vanzelf een vertekend beeld van jezelf. Door resultaten zichtbaar te maken, bouw je een realistischer dossier op.
Hoe stop je met jezelf voortdurend vergelijken?
Vergelijken is niet altijd verkeerd. Je kunt veel van anderen leren, maar let erop wat je met elkaar vergelijkt. Vergelijk je jouw eerste jaar in een functie met iemand die twintig jaar ervaring heeft? Vergelijk je jouw innerlijke onzekerheid met het zelfverzekerde optreden van een collega? Dan is de uitkomst van tevoren al ongunstig. Kijk liever naar jouw eigen ontwikkeling. Wat kun je vandaag wat je een jaar geleden nog niet kon? Waarin ben je gegroeid? Welke ervaring heb jij inmiddels opgedaan?
Waarom moet er ruimte zijn voor fouten?
Deskundigheid betekent niet dat je foutloos bent. Juist wanneer je jezelf ontwikkelt, nieuwe verantwoordelijkheden aangaat en ingewikkelde vraagstukken oplost, zullen er momenten zijn waarop iets niet goed gaat. Soms moet je bijstellen, terugkomen op een beslissing, iets opnieuw doen of hulp vragen. Een fout zegt iets over een handeling of beslissing. Maak er niet meteen een oordeel van over jouw totale waarde of bekwaamheid.
Hoe onderzoek je jouw eigen norm?
Vraag jezelf eens af wanneer jij vindt dat je goed genoeg bent. Moet je alles weten? Mag je nooit een vraag stellen? Moet je altijd het juiste antwoord geven? Mag je geen spanning voelen en geen hulp nodig hebben? Wanneer dat jouw voorwaarden zijn, leg je een norm neer waar vrijwel niemand aan kan voldoen. Bekwaam zijn betekent niet dat je alles weet. Het betekent ook dat je kunt leren, nadenken, overleggen, verantwoordelijkheid nemen en herstellen wanneer iets anders loopt dan verwacht.
Waarom helpt het om over het impostersyndroom te praten?
Twijfel kan groter worden wanneer zij alleen in jouw eigen hoofd blijft rondgaan. Door erover te praten, kun je jouw gedachten toetsen aan de werkelijkheid. Je ontdekt bovendien vaak dat mensen tegen wie jij opkijkt zelf ook momenten van twijfel kennen. Dat maakt jouw onzekerheid niet automatisch ongedaan, maar het kan wel helpen om jouw maatstaf realistischer te maken en jouw eigen gedachten minder als absolute waarheid te zien.
Hoe ontwikkel je een realistischer zelfbeeld?
Het tegenovergestelde van het impostersyndroom is niet dat je jezelf voortaan geweldig moet vinden. Daar gaat het mij niet om. Je hoeft jezelf niet groter, slimmer of deskundiger voor te doen dan je bent. Ik vind een realistisch zelfbeeld veel belangrijker. Je mag erkennen wat je nog niet kunt en tegelijkertijd serieus nemen wat je wel kunt. Je mag een situatie spannend vinden en haar toch aangaan. Je mag fouten maken zonder jezelf volledig af te schrijven.
Zelfvertrouwen betekent voor mij dan ook niet dat je zeker weet dat alles goed zal gaan. Zelfvertrouwen betekent dat je erop leert vertrouwen dat je kunt omgaan met wat er gebeurt. Je kent jouw kwaliteiten, je weet wat je hebt geleerd en ontwikkeld en je weet ook waar jouw grenzen liggen. Dat is iets heel anders dan jezelf groter voordoen. Het betekent vooral dat je jezelf niet langer kleiner hoeft te maken.
Kan coaching helpen bij het impostersyndroom?
Blijf je ondanks jouw ervaring en resultaten bang om door de mand te vallen? Houd je jezelf klein, vermijd je kansen of besteed je buitensporig veel energie aan controle en voorbereiding? Dan kan coaching helpen om te onderzoeken wat daaronder ligt. We kunnen kijken naar de oorsprong van jouw hoge eisen, overtuigingen die jouw onzekerheid versterken, de manier waarop je omgaat met fouten en feedback en waarom je jouw eigen successen zo moeilijk kunt erkennen.
Het doel is niet dat alle onzekerheid uit jouw leven verdwijnt. Het gaat erom dat onzekerheid niet langer voortdurend bepaalt welke keuzes jij wel of niet durft te maken. Je hoeft niet te bewijzen dat je perfect bent. Je mag leren om jouw eigen kwaliteiten, ervaring en bijdrage realistischer te zien en jouw plek in te nemen zonder jezelf groter, maar ook zonder jezelf kleiner te maken dan je bent.
Ontdek hoe assertief jij bent
Wil je ontdekken hoe assertief je bent en in welke situaties je jezelf nog duidelijker kunt uitspreken? Doe dan de gratis assertiviteitstest. Je krijgt inzicht in jouw sterke kanten en ontdekt welke persoonlijke ontwikkelpunten jou helpen om steviger te staan.
Doe de assertiviteitstestLeer meer over assertiviteit (webinar)
Wil je beter omgaan met kritiek, duidelijker je grenzen aangeven en steviger voor jezelf opkomen? Met onze assertiviteitskit krijg je praktische uitleg en oefeningen waarmee je direct aan de slag kunt. De kit bestaat uit een e-book en een webinar.
Verdiep je in assertiviteit en zelfvertrouwen
Wil je leren om duidelijker voor jezelf op te komen en beter je grenzen aan te geven? Lees dan het e-book Word assertief: doorbreek de vicieuze cirkel.
Merk je dat kritiek je onzeker maakt of dat je te veel twijfelt aan jezelf? Dan helpt het e-book Mag ik er twee kilo zelfvertrouwen bij? je om meer inzicht te krijgen in zelfvertrouwen en onzekerheid.
Veelgestelde vragen - FAQ
Over het impostersyndroom krijg ik verschillende vragen. Hieronder beantwoord ik vijf vragen die rechtstreeks raken aan de twijfel over jouw eigen kunnen, de angst om door de mand te vallen en de manier waarop dit patroon zichzelf in stand kan houden.
Is het impostersyndroom hetzelfde als onzekerheid?
Nee. Onzekerheid kan tijdelijk ontstaan wanneer je iets nieuws doet en neemt meestal af wanneer je ervaring opdoet. Bij het impostersyndroom leiden nieuwe successen niet vanzelf tot meer vertrouwen. Je vindt steeds opnieuw een verklaring waardoor jouw eigen aandeel uit beeld verdwijnt en schrijft het resultaat bijvoorbeeld toe aan geluk, omstandigheden of uitzonderlijk hard werken.
Waarom denk ik dat anderen mij overschatten?
Omdat jij jouw eigen binnenwereld kent. Jij weet hoeveel je twijfelde, wat je niet wist, waar je fouten maakte en hoeveel voorbereiding nodig was. Anderen zien vooral jouw gedrag en het uiteindelijke resultaat. Daardoor kun je het gevoel krijgen dat zij maar een deel van jou zien en dat hun positieve oordeel niet klopt, terwijl het heel goed mogelijk is dat jij juist jouw eigen deskundigheid onderschat.
Heeft perfectionisme te maken met het impostersyndroom?
Dat kan zeker. Wanneer je alleen tevreden bent met een bijna foutloos resultaat, is vrijwel iedere prestatie uiteindelijk onvoldoende. Je ziet wat beter had gekund, terwijl anderen naar het geheel kijken en een goed resultaat zien. Perfectionisme kan daardoor voortdurend nieuw materiaal leveren waarmee je jouw eigen succes relativeert.
Waarom kan ik complimenten moeilijk geloven?
Omdat positieve feedback niet goed aansluit op het beeld dat je van jezelf hebt. Je zoekt dan gemakkelijk een verklaring waardoor een compliment minder betekenis krijgt, terwijl kritiek juist direct binnenkomt. Het gevolg is dat positieve informatie nauwelijks invloed krijgt op jouw zelfbeeld en negatieve informatie des te meer.
Hoe kom ik van het impostersyndroom af?
Begin met het verschil te onderzoeken tussen wat je voelt en wat je feitelijk weet. Neem jouw eigen aandeel in successen serieus, onderzoek de normen die je jezelf oplegt, leer fouten zien als onderdeel van ontwikkeling en vergelijk jouw binnenwereld niet voortdurend met de buitenkant van anderen. Het gaat niet om jezelf groter maken, maar om jezelf realistischer leren zien. Wanneer het patroon hardnekkig is en jouw keuzes, werk of welzijn sterk beïnvloedt, kan coaching helpen om het verder te onderzoeken.
Wil jij assertiever worden?
In onze individuele training assertiviteit werk je aan situaties die jij in jouw dagelijks leven of werk tegenkomt. Samen onderzoeken we wat jou belemmert om duidelijk te zijn, grenzen aan te geven en met vertrouwen voor jezelf op te komen. Je krijgt persoonlijke begeleiding, praktische handvatten en gerichte oefeningen die aansluiten bij jouw vragen, leerdoelen, tempo en situatie, zodat je merkbaar steviger staat en met meer vertrouwen handelt.
Online training autonomie

Speciaal voor jou wanneer je assertiever wilt worden, heb ik een online training ontwikkeld over autonomie en persoonlijk leiderschap. Misschien verwacht je bij assertiviteit een training met een andere naam, maar autonomie en persoonlijk leiderschap gaan precies over assertief zijn: luisteren naar jezelf, duidelijke keuzes maken, grenzen aangeven en minder afhankelijk zijn van wat anderen van je vinden.
Met deze training werk je dus rechtstreeks aan jouw assertiviteit.
Auteur
Dit artikel is geschreven door Jan Stevens. Jan Stevens is eigenaar en oprichter van De Steven training & coaching (www.desteven.nl). Op deze website tref je meer dan 2000 blogs over persoonlijke ontwikkeling, loopbaan, leiderschap, teamontwikkeling, hoogsensitiviteit en hoogbegaafdheid.

Publicatiedatum: 13-09-2026
Update: 13 september 2026.


