Kun jij de functie niet meer aan?
Kun jij de functie niet meer aan? Merk je dat je altijd op jouw tenen loopt, jezelf vaak overvraagt en dat je jouw werk en taken niet of amper aankunt? Vind je het moeilijk om eerlijk te zijn tegenover jezelf en te erkennen dat je de functie eigenlijk niet, of niet meer, trekt en dat het je te veel is geworden? Dat heeft direct te maken met arbeidsmarktfitheid en aansluiting houden bij wat jouw functie van je vraagt. Misschien paste de functie vroeger uitstekend bij je. Maar jij verandert, de functie verandert en jouw omstandigheden kunnen veranderen. Wat nu?
Hoe merk je dat je jouw functie niet meer aankunt?
Wat zijn de kenmerken wanneer je voortdurend op jouw tenen moet lopen? Dat kan lichamelijk merkbaar zijn, maar ook mentaal. Misschien heb je vroeger jarenlang zonder problemen hetzelfde werk gedaan en merk je nu dat het steeds meer van je vraagt. Eén signaal zegt natuurlijk niet meteen dat je de functie niet meer aankunt. Maar wanneer verschillende signalen langdurig bij elkaar komen, is het verstandig om daar niet aan voorbij te gaan.
- Je merkt dat jouw functie een fysieke belasting is die je niet of nauwelijks meer aankunt en dat je steeds meer hersteltijd nodig hebt.
- De functie is zwaar voor je qua geestelijke belasting. Je vergeet vaker dingen of kunt je moeilijker concentreren.
- Je merkt dat je eerder fouten maakt dan vroeger.
- Je neemt werk mee naar huis omdat je het niet binnen de gestelde tijd af krijgt.
- Je kunt jouw werk 's avonds moeilijk loslaten en terwijl je vrij bent maalt het nog door jouw hoofd.
- Je merkt dat jouw lontje korter wordt en dat je je soms afreageert op jouw naaste omgeving.
- Je hebt steeds vaker het gevoel dat je het tempo of de eisen van jouw functie niet meer kunt bijbenen.

Is jouw functie te zwaar geworden of is er iets anders aan de hand?
Dat is de eerste vraag die ik zou onderzoeken. Het feit dat je jouw werk moeilijker aankunt dan vroeger betekent nog niet automatisch dat jouw functieniveau te hoog is. Misschien is de hoeveelheid werk toegenomen. Misschien is de functie veranderd. Misschien zijn nieuwe systemen, andere verantwoordelijkheden of een hoger werktempo geïntroduceerd. Het kan ook zijn dat jouw belastbaarheid veranderd is of dat gebeurtenissen buiten jouw werk invloed hebben op wat je op dit moment aankunt.
Daarom vind ik de functiematch tussen wat jouw functie vraagt en wat jij op dit moment kunt bieden belangrijk. Wanneer die aansluiting verandert, moet je niet alleen kijken naar jou als persoon. Kijk ook naar de functie zelf. Wat is er de afgelopen jaren eigenlijk veranderd?
Wat is het verschil met een baan die te hoog gegrepen is?
Een baan die te hoog gegrepen is suggereert dat er een verschil bestaat tussen het niveau of de eisen van de functie en wat iemand in huis heeft. Bij een functie die je niet meer aankunt kan het anders liggen. Misschien heb je dezelfde functie vijftien jaar uitstekend uitgevoerd. Dan wordt het wel erg gemakkelijk om ineens te roepen dat je het niveau niet hebt.
Het kan zijn dat de functie zwaarder is geworden, jouw vak sterk veranderd is of dat jijzelf in een andere levensfase terecht bent gekomen. De vraag is dus niet alleen: kan ik deze functie aan? Vraag ook: waarom kon ik hem vroeger wel aan en waar zit nu het verschil?
Welke oorzaken kunnen ervoor zorgen dat je jouw functie niet meer aankunt?
Oorzaken kunnen divers zijn. Ken je de oorzaak? Is er voor jou een aanwijsbare oorzaak? Soms ligt het vooral in het werk en soms speelt jouw persoonlijke situatie een grote rol. En vaak is het een combinatie.
- Je merkt dat het tempo te hoog ligt op jouw werk en je kunt het niet meer bijbenen.
- De functie is in de loop der jaren inhoudelijk zwaarder of complexer geworden.
- Je merkt dat jouw leeftijd zo langzamerhand meespeelt en dat je moeite hebt om mee te kunnen in de vaart der volkeren.
- Je hebt fysiek letsel opgelopen en hebt daar nog steeds klachten van.
- Er zijn zaken in jouw leven gebeurd die veel energie van je vragen of die je moeilijk een plek hebt kunnen geven.
- Qua opleiding en kennis merk je dat er een achterstand is ontstaan.
- Nieuwe systemen of technologie vragen vaardigheden die je onvoldoende hebt ontwikkeld.
- De verantwoordelijkheden zijn toegenomen terwijl de ondersteuning niet is meegegroeid.
- Jouw eigen interesses, motivatie of behoeften zijn veranderd.
Kun je achterop raken terwijl je jarenlang goed hebt gefunctioneerd?
Zeker. Daar zit ook de verbinding met arbeidsmarktfitheid. De tijd is voorbij dat je op je 23e afstudeert en vervolgens tot jouw pensioengerechtigde leeftijd met precies dezelfde kennis vooruit kunt. Functies veranderen. Techniek verandert. Werkwijzen veranderen. Soms gaat dat geleidelijk en merk je pas na jaren dat het werk veel verder is doorgeschoven dan jij.
Dat betekent niet dat je voortdurend iedere cursus moet volgen die langskomt. Wel dat je wakker moet blijven. Welke kennis vraagt jouw vak tegenwoordig? Welke vaardigheden zijn belangrijker geworden? Wat ging vroeger vanzelf maar kost nu veel meer moeite? En is dat nog te ontwikkelen of past de richting waarin jouw functie zich ontwikkelt eigenlijk steeds minder bij je?
Kan leeftijd een rol spelen?
Ja, natuurlijk kan dat. We hoeven ook niet te doen alsof iemand op zijn zestigste fysiek en mentaal precies hetzelfde functioneert als op zijn dertigste. Maar leeftijd alleen is mij veel te gemakkelijk als verklaring. Er zijn zestigers die moeiteloos nieuwe ontwikkelingen oppakken en dertigers die al jaren stilstaan.
Interessanter vind ik de vraag wat je merkt. Heb je meer hersteltijd nodig? Is zwaar fysiek werk lastiger geworden? Wil je nog wel dezelfde hoeveelheid verantwoordelijkheid dragen? Heb je behoefte aan een ander werkritme? Dat zijn reële loopbaanvragen. Soms vraagt een volgende levensfase niet om stoppen met werken, maar wel om anders werken.
Wat als je steeds harder gaat werken om het nog vol te houden?
Dat zie ik nogal eens gebeuren. Het werk lukt niet meer binnen de gewone werktijd, dus je begint eerder, werkt langer door en neemt 's avonds nog iets mee naar huis. In het weekend werk je een achterstand weg. Een tijdje lijkt dat een oplossing, maar feitelijk houd je de situatie kunstmatig overeind.
Wanneer je structureel vijftig of zestig uur nodig hebt om een functie van veertig uur uit te voeren, moet je jezelf afvragen wat er gebeurt. Komt dat door de hoeveelheid werk? Door jouw manier van werken? Ontbreekt bepaalde kennis? Of kost de functie jou inmiddels zoveel inspanning dat het eenvoudigweg niet meer gaat zoals vroeger? Alleen nog harder werken geeft daar geen antwoord op.
Soms zou je eigenlijk iets anders willen
Soms weet je diep van binnen best dat je iets zou willen veranderen. Je hebt het alleen nog niet hardop gezegd. Misschien zou je willen stoppen met jouw huidige werk, jouw leidinggevende functie neerleggen, minder dagen per week werken of meer tijd nemen voor privé en gezin. Misschien zou je nog wel een heel ander beroep willen kiezen, maar weet je niet zo goed wat. Of misschien denk je steeds vaker aan vervroegd pensioen en zou je vooral bevrijd willen zijn van de huidige verantwoordelijkheden en verplichtingen.
Dat zijn geen onbelangrijke gedachten. Ze zeggen iets. Niet iedere gedachte hoeft onmiddellijk uitgevoerd te worden, maar wanneer je iedere maand denkt: was ik hier maar vanaf, dan zou ik daar toch eens naar luisteren.
Waarom kom je dan toch niet tot stappen?
Omdat loslaten moeilijk is. Misschien voelt het als een nederlaag om jouw functie neer te leggen. Je hebt er jaren voor gewerkt, bent eraan gewend geraakt en anderen kennen jou misschien juist vanwege die functie. Teruggaan of iets anders kiezen kan dan voelen alsof je gefaald hebt. Financieel kan het ook ingewikkeld zijn. Wanneer je minder gaat werken of een andere functie kiest, lever je misschien inkomen in en kun je bepaalde dingen niet meer doen.
En onderschat gewoonte niet. Je bent vertrouwd geraakt met jouw werk, jouw collega's, jouw salaris en jouw positie. Het bekende kan behoorlijk knellen en toch veiliger voelen dan iets nieuws. Je weet wat je hebt en je weet niet wat je krijgt. Dat zinnetje heeft al heel wat mensen jarenlang op dezelfde stoel gehouden.
Is een stap terug altijd een nederlaag?
Nee. Dat vind ik veel te gemakkelijk gedacht. Stel dat je een leidinggevende functie hebt en je merkt dat de verantwoordelijkheid je volledig leegtrekt. Waarom zou het dan per definitie achteruitgang zijn wanneer je teruggaat naar een vakinhoudelijke functie waarin je veel beter tot je recht komt? Alleen omdat het organogram zegt dat die functie lager staat?
In onze cultuur hebben we carrière lange tijd bijna automatisch gekoppeld aan hogerop komen. Maar soms is een stap opzij of zelfs formeel een stap terug precies de beweging die nodig is. Een loopbaan moet niet alleen op papier kloppen. Jij moet hem ook kunnen en willen leven.
Wanneer is loopbaanreflectie nodig?
Misschien is het tijd om na te denken over loopbaanreflectie en wat jouw ervaringen je inmiddels vertellen. Zo doorgaan werkt ook niet. Eigenlijk weet je dat vaak zelf al. Je kunt het nog een tijd ontkennen, maar wanneer jouw lichaam, jouw energie, jouw prestaties of jouw omgeving voortdurend signalen afgeven, is het verstandig om te onderzoeken wat er nodig is.
Kijk terug. Wanneer begon dit? Wat veranderde er in de functie? Welke taken kosten tegenwoordig veel meer energie? Waar ben je nog steeds goed in? Wat zou je willen behouden en waar zou je juist vanaf willen? Zo ontstaat een veel bruikbaarder beeld dan alleen de conclusie: ik kan het niet meer.
Wat kun je doen wanneer je jouw functie niet meer aankunt?
Er is geen standaardoplossing. Misschien moet je kennis bijspijkeren of nieuwe vaardigheden ontwikkelen. Misschien moet de werkbelasting besproken worden of heb je tijdelijk andere ondersteuning nodig. Misschien wil je minder uren werken, bepaalde verantwoordelijkheden afbouwen of naar een andere functie. En soms kom je tot de conclusie dat jouw huidige werk echt niet meer past bij waar jij nu staat.
Daar hoef je niet onmiddellijk morgen jouw ontslagbrief voor in te leveren. Maar ga wel onderzoeken. Wat is financieel mogelijk? Welke werkzaamheden passen nog goed bij je? Welke ervaring kun je ergens anders gebruiken? Welke richting zou beter aansluiten? Een bewuste stap zetten is iets anders dan wachten totdat jouw lijf, jouw prestaties of jouw werkgever uiteindelijk voor jou beslist.
Online training loopbaanontwikkeling
Wil je jouw loopbaan opnieuw bekijken? Met de online training en het werkboek onderzoek je wat nog bij je past en welke richting je op wilt.
Loopbaantest
Wil je scherper krijgen wat je belangrijk vindt in jouw werk? De loopbaantest helpt je jouw persoonlijke waarden en drijfveren beter te herkennen.
E-book Je loopbaan is geen zitbaan
In mijn e-book lees je meer over passend werk, veranderen tijdens jouw loopbaan en de vraag wanneer het tijd is om de bakens te verzetten.
Veelgestelde vragen over een functie niet meer aankunnen
Een functie niet meer aankunnen kan verschillende oorzaken hebben. Het belangrijkste is dat je niet te snel één verklaring kiest, maar onderzoekt wat er in jezelf, jouw functie en jouw omstandigheden veranderd is.
Hoe merk je dat je jouw functie niet meer aankunt?
Je kunt merken dat het werk structureel meer energie kost, dat je vaker fouten maakt, moeilijker kunt concentreren, werk mee naar huis neemt en steeds het gevoel hebt dat je op jouw tenen loopt.
Kan een functie die vroeger paste later te zwaar worden?
Ja. Functies veranderen, maar jij en jouw omstandigheden veranderen eveneens. Nieuwe werkzaamheden, techniek, verantwoordelijkheden of een andere belastbaarheid kunnen ervoor zorgen dat de aansluiting geleidelijk minder wordt.
Is een functie niet aankunnen hetzelfde als een baan die te hoog gegrepen is?
Nee. Een baan kan vanaf het begin onvoldoende aansluiten op jouw niveau of mogelijkheden. Je kunt ook jarenlang goed functioneren en pas later merken dat je de functie door veranderingen niet meer goed aankunt.
Moet je stoppen wanneer je jouw functie niet meer aankunt?
Nee. Onderzoek eerst de oorzaak. Scholing, ondersteuning, minder uren, andere taken of aanpassing van verantwoordelijkheden kunnen verschil maken. Soms blijkt een andere functie uiteindelijk wel de betere keuze.
Is een stap terug in functie een mislukking?
Nee. Een andere of minder zware functie kan veel beter aansluiten bij wie je nu bent en wat je op dit moment nodig hebt. Een lagere plek in het organogram hoeft geen achteruitgang in jouw leven te betekenen.
Wat doe je als jouw werk niet meer past bij waar je nu staat?
Een functie kan jarenlang uitstekend passen en later toch steeds zwaarder worden. Dat is ook iets waar loopbaanontwikkeling voor mij over gaat. In deze podcast hoor je een gesprek tussen mijn dochter Aniek en mij over werk, keuzes en de verschillende fases die je gedurende jouw loopbaan doormaakt. We kijken vanuit twee generaties naar de vraag hoeveel je vooraf kunt plannen en wanneer het verstandig is om opnieuw te kijken naar wat je nodig hebt. Wat op jouw dertigste een mooie uitdaging was, kan twintig jaar later anders voelen. Dat betekent niet automatisch dat er iets mis is. Wel dat je opnieuw mag kijken naar jouw werk, verantwoordelijkheden, wensen en mogelijkheden. Soms is doorgaan de juiste keuze en soms moet je de bakens verzetten. Wil je daar verder over nadenken, luister dan eens naar het gesprek tussen mijn dochter Aniek en mij.
Auteur en publicatiegegevens
Dit artikel is geschreven door Jan Stevens. Jan Stevens is eigenaar en oprichter van De Steven training & coaching (www.desteven.nl). Op deze website tref je meer dan 2000 blogs over persoonlijke ontwikkeling, loopbaan, leiderschap, teamontwikkeling, hoogsensitiviteit en hoogbegaafdheid.

Publicatiedatum: 27-07-2017
Update: 20 augustus 2026.


